ECLI:NL:RBGEL:2020:2386
Rechtbank Gelderland
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Grensgeschil over kadastrale grens en verwijdering van haag tussen buren
Partijen zijn buren met aangrenzende percelen waarbij onduidelijkheid bestaat over de exacte kadastrale grens. De discussie betreft met name de verwijdering van een coniferenhaag die volgens eiser mandelig was en de plaatsing van schuttingen en een stalen hekwerkje die mogelijk op zijn grond staan.
Eiser vordert ontruiming van de grond, herplaatsing van het hekwerkje op de kadastrale grens, plaatsing van een nieuwe haag, en schadevergoeding. Gedaagde betwist de mandeligheid van de haag en stelt dat de schuttingen binnen zijn perceel staan.
De rechtbank stelt vast dat eiser ontvankelijk is en dat geen bindende overeenkomst over de haagplaatsing bestaat. De kadastrale grensreconstructie van het kadaster wordt als juist aangenomen, waardoor het stalen hekwerkje en verwijderde hulststruik onrechtmatig op de grond van eiser stonden. De vorderingen over schutting 1 en de haag worden afgewezen omdat de stellingen niet aansluiten bij de vordering.
Over de achterste schutting 2 wordt geoordeeld dat deze deels op een ander perceel ligt dat partijen beiden pachten, waardoor het geschil daar eindigt. De zaak wordt verwezen voor nadere akten over de herplaatsing van het hekwerkje en schutting 2, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst een deel van de vorderingen af en verwijst de zaak voor nadere akten, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.