Eisers vorderden schadevergoeding van de gemeente wegens vermeend onrechtmatig handelen tijdens sloop- en bouwwerkzaamheden naast hun pand. Zij stelden dat de gemeente onvoldoende toezicht hield en onterecht niet handhavend optrad, waardoor schade aan hun pand ontstond.
De gemeente verweerde zich met het beroep op formele rechtskracht van de bouw- en sloopvergunningen, die onherroepelijk zijn geworden doordat geen bezwaar of beroep is ingesteld. Hierdoor staat de rechtmatigheid van deze besluiten vast en kunnen stellingen over het ontbreken van een sonderingsrapport of 0-meting niet in deze civiele procedure worden beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat eiseressen nalieten bestuursrechtelijke procedures te volgen tegen het handhavingsbesluit en dat de vorderingen van eiseressen 3 en 4 verjaard zijn. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld of dat er causaal verband bestaat tussen het handelen van de gemeente en de schade.
De vorderingen worden daarom afgewezen en eiseressen worden veroordeeld in de proceskosten van de gemeente.