Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 12 juni 2019,
- de akte uitlating kosten van de zijde van [Eiseres] ,
- de antwoordakte van de zijde van de Gemeente,
- de akte uitlating producties van de zijde van [Eiseres] .
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een schadestaatprocedure tussen een besloten vennootschap en de gemeente Berg en Dal over vergoeding van schade en kosten als gevolg van een onrechtmatige daad van de gemeente.
De rechtbank wijst de hoofdsom van € 576.000,00 af wegens ontbreken van causaal verband, maar kent een deel van de gevorderde interne bedrijfskosten en kosten van ingeschakelde deskundigen toe. De interne kosten worden toegerekend aan beleidskeuzes en schadevaststelling die de vennootschap als gevolg van de onrechtmatige daad moest maken.
De rechtbank onderscheidt kosten gemaakt vóór en na het tussenvonnis van 17 mei 2017. Kosten na dit vonnis worden aangemerkt als proceskosten en niet vergoed op grond van artikel 6:96 BW Pro. De interne kosten worden begroot op basis van loonkosten volgens gegevens van de gemeente, waarbij marktconforme tarieven van € 100,00 en € 75,00 per uur worden gehanteerd.
De kosten van deskundigen worden eveneens toegewezen, inclusief een aanvullende post van € 17.662,25 na eisvermeerdering. De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van in totaal € 42.895,25 plus wettelijke rente. De eiseres wordt in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot betaling van € 42.895,25 aan interne kosten en deskundigenkosten, vermeerderd met wettelijke rente, terwijl de hoofdsom wordt afgewezen.