Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 27 december 2019
- de akte van Pioenroos c.s.
- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 5 februari 2020
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde een civiele zaak over een geldlening met borgtocht en hypotheekverplichting tussen Pioenroos c.s. en de gedaagden, waaronder een borgsteller en diens partner. De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van een geldleningsovereenkomst met de partner, de geldigheid van de borgtocht door de borgsteller en de verplichting tot het vestigen van een tweede hypotheek.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor het bestaan van een geldleningsovereenkomst tussen Pioenroos c.s. en de partner, mede doordat betalingen op haar rekening waren bedoeld voor de borgsteller en een andere vennootschap. De partner was dan ook niet gehouden tot terugbetaling of het vestigen van een hypotheek. De borgtocht door de borgsteller werd niet vernietigd wegens dwaling of misbruik van omstandigheden, aangezien hij onvoldoende had onderbouwd dat hij onjuist was geïnformeerd of onder druk was gezet.
De rechtbank veroordeelde de borgsteller tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Tevens werd Pioenroos c.s. veroordeeld tot opheffing van de beslagen op de partner en werd de proceskostenverdeling gecompenseerd. De vorderingen van de partner in reconventie werden afgewezen.
Uitkomst: De borgsteller is veroordeeld tot betaling van de lening met rente en kosten, terwijl de vorderingen tegen de partner wegens ontbreken van wilsovereenstemming zijn afgewezen.