ECLI:NL:RBGEL:2020:2585
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot afgifte van hond op grond van eigendom en houderschap
Eiser vordert in kort geding de afgifte van de hond die oorspronkelijk door haar echtgenoot is gekocht en na diens overlijden aan haar is toegevallen als erfgenaam. De hond verbleef langere tijd bij de vader van de overledene, die het dier verzorgde maar volgens eiser slechts als houder en niet als eigenaar.
Gedaagden stellen dat het eigendom aan de vader is overgedragen en dat het legaat in diens testament rechtsgeldig is. De kantonrechter beoordeelt dat de koopovereenkomst en de notariële verklaring van erfrecht voldoende aannemelijk maken dat eiser eigenaar is geworden na het overlijden van haar echtgenoot.
De langdurige verzorging door de vader van de hond wordt gezien als houderschap, niet als eigendomsoverdracht, omdat geen tegenspraak van het eigendomsrecht is gebleken. Het legaat in het testament van de vader is daarom niet rechtsgeldig.
De vordering tot afgifte wordt toegewezen met een dwangsom van €500 per dag vanaf één week na betekening, gemaximeerd op €10.000. Gedaagden worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot afgifte van de hond aan eiser met een gematigde dwangsom en betaling van proceskosten.