ECLI:NL:RBGEL:2020:2753
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor tonen schadelijke beelden aan minderjarigen
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het tonen van schadelijke afbeeldingen en video's aan minderjarigen via Instagram en Playstation in de periode mei tot juni 2018.
De officier van justitie stelde dat het ten laste gelegde feit bewezen kon worden, onder meer op basis van verklaringen van drie minderjarigen die foto’s met een zedelijke component van verdachte zouden hebben ontvangen. Verdachte ontkende en stelde zich op het standpunt dat er geen bewijs is dat hij deze beelden heeft verstuurd.
De rechtbank oordeelde dat de aangifte niet werd ondersteund door ander bewijs, zoals onderzoek van de telefoon van een van de minderjarigen of de chatgesprekken die niet aan het dossier waren toegevoegd. Ook de aanvullende aangifte was onvoldoende concreet. Hierdoor ontbrak wettig bewijs voor het ten laste gelegde feit.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. De uitspraak vond plaats tijdens een openbare terechtzitting op 28 mei 2020.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor het tonen van schadelijke beelden aan minderjarigen.