ECLI:NL:RBGEL:2020:2812

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
3 juni 2020
Publicatiedatum
3 juni 2020
Zaaknummer
05/880726-19 + 15/860199-15 (tul)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek wegens onvoldoende getuigenverhoor in poging tot doodslag en geweldsdelicten

Op 3 juni 2020 heeft de rechtbank Gelderland een tussenvonnis gewezen in een strafzaak tegen verdachte, die wordt verdacht van poging tot doodslag en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met een vuurwapen, alsmede van gewelddadige diefstal van cocaïne en hennep.

Tijdens de terechtzitting van 20 mei 2020 bleek dat het onderzoek niet volledig was, met name omdat de benadeelde getuige onvoldoende was gehoord. De rechtbank acht het noodzakelijk dat deze getuige door de rechter-commissaris nader wordt verhoord over cruciale vragen, zoals eerdere confrontaties met verdachte en medeverdachten.

Daarom heeft de rechtbank besloten het onderzoek te heropenen en het proces te schorsen voor onbepaalde tijd, met een opdracht aan de officier van justitie om een aanvullend proces-verbaal op te maken. Tevens wordt de zaak aangehouden en wordt de oproeping van verdachte en kennisgeving aan de benadeelde partij gelast.

De rechtbank benadrukt het belang van een volledig en zorgvuldig onderzoek alvorens tot een inhoudelijke beslissing te komen.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst voor onbepaalde tijd wegens onvoldoende verhoor van de benadeelde getuige.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer : 05/880726-19 + 15/860199-15 (tul)
Datum uitspraak : 3 juni 2020
Tegenspraak
tussenvonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ), wonende aan [geboorteplaats] ,
thans gedetineerd in de [detentieadres] ,
raadsvrouw: mr. E.A. Blok, advocaat te Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 september, 9 oktober en 4 december 2019 en 26 februari en 20 mei 2020.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
Primair
hij op of omstreeks 25 februari 2019, te Arnhem, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, verdachte en/of zijn mededaders, - is/zijn, in het bezit van een of meer vuurwapens, naar die [slachtoffer] toegegaan en/of - heeft/hebben (vervolgens), een of meer kogels op die [slachtoffer] afgeschoten/afgevuurd, waarbij die [slachtoffer] aan het hoofd en/of in/aan de benen en/of in de heup werd geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:
Subsidiair
hij op of omstreeks 25 februari 2019, te Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, verdachte en/of zijn mededader(s) - is/zijn, in het bezit van een of meer vuurwapens, naar die [slachtoffer] toegegaan en/of - heeft/hebben (vervolgens), een of meer kogels op die [slachtoffer] afgeschoten/afgevuurd, waarbij die [slachtoffer] aan het hoofd en/of in/aan de benen en/of de heup werd geraakt (met schotverwondingen en femurfractuur als gevolg);
2.
hij op of omstreeks 25 februari 2019, te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een kilo cocaïne, althans een hoeveelheid cocaïne en/of een hoeveelheid hennep/hasjiesj, in elk geval enig(e) goed(eren), dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door met een of meer vuurwapen(s) een of meer kogel(s) af te vuren op die [slachtoffer] en/of door met een vuurwapen die [slachtoffer] een of meerdere malen tegen het hoofd te slaan, waarbij voornoemd feit voor die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere schotverwondingen en/of een femurfractuur, ten gevolge heeft gehad.

2.Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 20 mei 2020 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. E.A. Blok, advocaat te Rotterdam.
De officier van justitie, mr. L. van der Werff, heeft gerekwireerd.
Verachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.
Het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige kamer d.d. 20 mei 2020 zal aan dit tussenvonnis worden gehecht.

3.De motivering van de beslissing

Tijdens de beraadslaging is de rechtbank tot de conclusie gekomen dat het onderzoek niet volledig is geweest.
De rechtbank is naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van oordeel dat [slachtoffer] door de rechter-commissaris als getuige dient te worden gehoord. De rechtbank is gebleken dat de getuige onvoldoende is bevraagd. Daarbij vindt de rechtbank in ieder geval de volgende vragen van belang:
  • Herkent hij de verdachte [verdachte] als een van de mannen die ten tijde van het tenlastegelegde in de woning aanwezig waren;
  • Is hij eerder geconfronteerd met (een foto van) [verdachte] en mogelijke andere personen waarvan de politie vermoedde dat zij zich ten tijde van het tenlastegelegde in de betreffende woning zouden kunnen hebben bevonden;
Voorts zal de rechtbank de officier van justitie opdragen een aanvullend proces-verbaal te laten opmaken over de volgende vragen. Uit het dossier blijkt niet dat [slachtoffer] eerder geconfronteerd is met (een foto van) verdachte [verdachte] :
 Is [slachtoffer] eerder geconfronteerd met (een foto van) verdachte [verdachte]
o Zo ja, wat was het resultaat van deze confrontatie?
o Zo nee, waarom is dit niet gebeurd?
 Is bij de politie bekend of de verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] eerder contact met elkaar hebben gehad en, zo ja, waaruit blijkt dat.
De rechtbank zal hiertoe het onderzoek heropenen en de zaak aanhouden voor onbepaalde tijd.

4.De beslissing

De rechtbank:
 heropent het onderzoek;
 schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd, doch
niet langer dan voor een periode van drie maanden;
 verwijst de zaak naar de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in dit arrondissement:
- opdat [slachtoffer] gehoord wordt over de hiervoor genoemde punten en wat in dit verband verder van belang zou kunnen zijn;
 draagt de officier van justitie op het hiervoor genoemde aanvullende proces-verbaal op te laten maken;
 stelt de stukken in handen van de officier van justitie;
 gelast de oproeping van verdachte, met afschrift aan zijn raadsvrouw tegen de nader te bepalen terechtzitting;
 gelast tevens de kennisgeving aan de benadeelde partij van de nader te bepalen terechtzitting;
 houdt verder iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.P.M. Kester (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. J.H.B. Bemelmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen en C. van Dam, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 juni 2020.
mr. J.J.H. van Laethem, mr. J.H.B. Bemelmans, mr. J.M.P. van der Meulen en C. van Dam zijn buiten staat om dit tussenvonnis mede te ondertekenen.