Uitspraak
Exploitatiemaatschappij Gelredome B.V.
1.De procedure
2.De feiten
3.De (oorspronkelijke) vordering en het verweer / verzet
4.De beoordeling
Gelredome gaat er (inmiddels) van uit dat die bekrachtiging niet heeft plaatsgevonden.
Rechtbank Gelderland
Gelredome verhuurt een evenementencomplex en sloot een huurovereenkomst met Heroesdome BV in oprichting voor een evenement. De huurovereenkomst werd niet nagekomen doordat Heroesdome BV niet betaalde. De bestuurder en oprichter van Heroesdome BV, eiser in verzet, werd persoonlijk aangesproken op grond van oprichtersaansprakelijkheid volgens artikel 2:203 lid 3 BW Pro.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst bekrachtigd is door Heroesdome BV, waardoor het primaire beroep op artikel 2:203 lid 2 BW Pro niet meer kan worden aangevoerd door Gelredome. De aansprakelijkheid van eiser rust op lid 3 van dat artikel, waarbij wordt vermoed dat hij wist of kon weten dat Heroesdome BV haar verplichtingen niet zou nakomen vanwege het faillissement binnen een jaar na oprichting.
Eiser heeft het vermoeden niet kunnen weerleggen en onvoldoende feiten gesteld die rechtvaardigen dat hij mocht vertrouwen op betaling door Heroesdome BV. Zijn argumenten over tegenvallende kaartverkoop en beslag op Gelredome faalden. De gevorderde schade van €86.250,- is voldoende onderbouwd door Gelredome en niet weersproken door eiser.
Het verzet wordt ongegrond verklaard en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en eiser wordt veroordeeld tot betaling van de huurschuld en proceskosten.