ECLI:NL:RBGEL:2020:3086

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 juni 2020
Publicatiedatum
25 juni 2020
Zaaknummer
C/05/371822 / FA RK 20-1859
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking machtiging voortzetting crisismaatregel Wvggz wegens ernstig psychisch nadeel

De rechtbank Gelderland heeft op 15 juni 2020 een beschikking gegeven tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Het verzoek tot voortzetting werd ingediend door de officier van justitie en schriftelijk behandeld op verzoek van de advocaat van betrokkene, die tevens afstand deed van het recht op een hoorzitting.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene lijdt aan ernstige psychische stoornissen, waaronder ernstige emotieregulatieproblemen, chronische suïcidaliteit, PTSS en depressie, en dat zij frequent en gedwongen is opgenomen geweest. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Er is sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en gevaar voor de algemene veiligheid.

De rechtbank acht de voorgestelde verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en naar verwachting effectief. Deze zorg omvat onder meer het toedienen van vocht, voeding en medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten, en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar.

De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 6 juli 2020. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot en met 6 juli 2020.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Zaakgegevens: C/05/371822 / FA RK 20-1859
Datum uitspraak: 15 juni 2020
Beschikking machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Wvggz
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verblijfadres: [organisatie] , afdeling [naam] , te [adres] , op grond van een crisismaatregel geldend tot en met 14 juni 2020,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.A. Smits te Nijmegen.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de officier van justitie, ingekomen ter griffie op
12 juni 2020;
- de e-mailberichten van de advocaat van betrokkene, mr. M.A. Smits, ingekomen ter
griffie op 12 juni 2020.

2.Beoordeling

2.1.
Bij voormelde e-mailberichten heeft de advocaat van betrokkene verzocht om de beslissing op het verzoek te nemen zonder dat daartoe een zitting wordt gehouden. Bij deze berichten is ook een bericht van betrokkene zelf gevoegd waarin zij aangeeft dat er wat haar betreft geen hoorzitting hoeft te komen en dat de zaak schriftelijk afgedaan mag worden.
2.2.
Gezien de uitgebreide schriftelijke toelichting van de advocaat van betrokkene bij het verzoek om de zaak schriftelijk af te doen, de omstandigheid dat betrokkene afstand heeft gedaan van haar recht om gehoord te worden en de stukken in het dossier, heeft de rechtbank in dit specifieke geval besloten om het verzoek om de zaak schriftelijk af te doen in te willigen. De geplande mondelinge behandeling op 15 juni 2020 is dan ook niet doorgegaan.
2.3.
Op grond van de overgelegde stukken is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
levensgevaar;
gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen.
2.4.
Het ernstig vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van ernstige emotieregulatieproblemen, chronische suïcidaliteit, PTSS en depressie bij een zwakbegaafde vrouw die structureel overvraagd wordt. Betrokkene heeft een uitgebreide voorgeschiedenis binnen de geestelijke gezondheidszorg en is frequent, gedwongen, opgenomen geweest. Betrokkene uit zich suïcidaal en heeft in het verleden meerdere ernstige suïcidepogingen gedaan. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
2.5.
De rechtbank is van oordeel dat de in de crisismaatregel genoemde zorg, te weten:
het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
onderzoek aan kleding of lichaam;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
het opnemen in een accommodatie,
noodzakelijk is om het nadeel af te wenden. Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.5. zijn genoemd ten aanzien van
[betrokkene]geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 juli 2020.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2020 door mr. M. van der Linde, rechter, in tegenwoordigheid van D.M.J. Schoolderman, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.