ECLI:NL:RBGEL:2020:3159
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen boetebesluit en openbaarmaking door Autoriteit Persoonsgegevens
De rechtbank Gelderland behandelde op 29 juni 2020 het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster tegen een door de Autoriteit Persoonsgegevens opgelegde bestuurlijke boete van €830.000 wegens overtreding van artikel 12, tweede en vijfde lid, van de AVG. Tevens was het openbaarmakingsbesluit van deze boete aan de orde.
Verzoekster had volgens verweerder niet kosteloos elektronische inzage in persoonsgegevens verleend en het recht van inzage onvoldoende gefaciliteerd. De voorzieningenrechter oordeelde dat de openbaarmaking geen punitieve sanctie is en dat het boetebesluit niet onherroepelijk hoeft te zijn om openbaarmaking toe te staan. Verzoekster had het inzagerecht beperkt tot één keer per jaar schriftelijk, wat niet voldeed aan de AVG.
De rechtbank concludeerde dat verzoekster het recht van inzage heeft belemmerd en dat openbaarmaking gerechtvaardigd is. De gevreesde imagoschade en administratieve lasten wegen niet zwaarder dan het algemeen belang bij transparantie. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het boetebesluit en de openbaarmaking wordt afgewezen.