ECLI:NL:RBGEL:2020:3197
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters wegens vermeende vooringenomenheid in strafzaak
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de meervoudige kamer wegens vermeende vooringenomenheid. Hij baseerde zijn verzoek onder meer op de wijze van behandeling van de zitting via videoverbinding vanwege coronamaatregelen, opmerkingen van de voorzitter over de LOVS-oriëntatiepunten en de afwijzing van zijn verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
De rechters gaven aan dat de afwijkende procesgang voortkwam uit praktische beperkingen en dat de LOVS-oriëntatiepunten slechts handreikingen zijn zonder bindende kracht. De wrakingskamer concludeerde dat geen sprake was van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, ook niet in samenhang bezien.
Verder werd geoordeeld dat een rechterlijke beslissing, ook indien gebrekkig gemotiveerd, geen grond voor wraking kan zijn. Nieuwe wrakingsgronden die na het verzoek werden aangevoerd, werden niet meegenomen omdat deze reeds bekend waren voor het verzoek. Het wrakingsverzoek werd derhalve afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid.