Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
17 juli 2020.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde op 26 juni 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. De mondelinge behandeling vond plaats via beeldbellen vanwege COVID-19.
Betrokkene was overgeplaatst van een instelling in plaats A naar plaats B, en de advocaat voerde aan dat de rechtbank daarom onbevoegd was en dat artikel 8:16 lid 2 Wvggz Pro over informatieverstrekking over de overplaatsing was geschonden. De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat zij bevoegd was omdat het verzoekschrift werd ingediend toen betrokkene nog in plaats A verbleef en de mondelinge behandeling via beeldbellen kon plaatsvinden.
De rechtbank constateerde ernstig nadeel door psychische stoornissen bij betrokkene en achtte voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk. Hoewel de officier van justitie niet expliciet had verzocht om beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen, achtte de rechtbank het passend deze zorgvorm toe te voegen, gelet op jurisprudentie en de ernst van de situatie. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor drie weken.
Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. De rechtbank hield rekening met proportionaliteit en het bevorderen van maatschappelijke deelname. De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 3 juli 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel inclusief aanvullende zorgvormen tot en met 17 juli 2020.