De rechtbank Gelderland behandelde het beroep tegen een last onder dwangsom die het gebruik van een voormalig kantoorpand voor 80 zelfstandige wooneenheden verbood. Verweerder had geen zelfstandig onderzoek verricht naar de geluidbelasting op de gevels, terwijl het bestemmingsplan wonen toestaat mits voldaan wordt aan de voorkeurswaarden uit de Wet geluidhinder.
De eisers voerden aan dat vijf wooneenheden al aan de geluidnormen voldoen en dat het geluidonderzoek van verweerder onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat verweerder de bewijslast draagt en dat het ontbreken van een gedegen onderzoek en motivering het besluit in strijd met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel maakt.
Daarnaast behandelde de rechtbank het concrete zicht op legalisering via een aanvraag voor dove gevels, die niet als gevels in de zin van de Wet geluidhinder worden beschouwd. Hoewel verweerder de aanvraag buiten behandeling had gelaten, oordeelde de rechtbank dat dit besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het zicht op legalisering aanwezig is.
De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar, veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan eisers wordt vergoed. Het hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.