ECLI:NL:RBGEL:2020:3884
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanzegvergoeding ondanks verlenging opleidingstraject na arbeidsovereenkomst
De werkneemster trad op 1 januari 2019 in dienst voor zeven maanden, waarna de arbeidsovereenkomst werd verlengd tot 1 april 2020. In de overeenkomst was een aanzegging bij voorbaat opgenomen dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden voortgezet na 31 maart 2020. Op 6 maart 2020 werd het opleidingstraject verlengd tot 16 juni 2020, maar dit betrof uitsluitend de opleiding, niet de arbeidsovereenkomst.
Op 30 maart 2020 werd mondeling meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet verlengd zou worden, hetgeen later schriftelijk werd bevestigd. De werkneemster vorderde een aanzegvergoeding omdat zij meende dat de verlenging van het opleidingstraject de verwachting schepte dat ook de arbeidsovereenkomst werd verlengd.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever met de aanzegging in de arbeidsovereenkomst heeft voldaan aan de aanzegverplichting. De verlenging van het opleidingstraject leidt niet tot het niet tijdig voldoen aan deze verplichting. Hoewel de communicatie ongelukkig verliep en verwachtingen werden gewekt, leidt dit niet tot schadeplichtigheid of een aanzegvergoeding.
De vordering tot aanzegvergoeding wordt afgewezen en de werkneemster wordt veroordeeld in de proceskosten. Het gevorderde nasalaris wordt deels toegewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoek tot aanzegvergoeding wordt afgewezen omdat werkgever tijdig aanzegging heeft gedaan ondanks verlenging opleidingstraject.