In deze civiele procedure hebben partijen een geschil dat zij hebben opgelost door het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Beide partijen hebben de rechtbank verzocht deze overeenkomst aan het vonnis te hechten, waarmee de oorspronkelijke eis is gewijzigd en partijen over en weer nakoming van de overeenkomst vorderen.
De rechtbank heeft deze gewijzigde vorderingen toegewezen en partijen veroordeeld tot nakoming van de aan het vonnis gehechte vaststellingsovereenkomst. Gezien de relatie tussen partijen en het karakter van de overeenkomst heeft de rechtbank de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2020 door rechter M.M. Klaasen. Hiermee is het geschil definitief beslecht met wederzijdse verplichtingen tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst.