ECLI:NL:RBGEL:2020:4119
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsaanwezigheid
Verzoekers werden geconfronteerd met een besluit van de burgemeester om hun woning voor drie maanden te sluiten vanwege de aantreffen van hard- en softdrugs, wapens en munitie. De burgemeester baseerde zijn besluit op artikel 13b van de Opiumwet en het gemeentelijk beleid, ondanks dat de woning eigendom is van een woningcorporatie. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester zijn beleidsruimte op redelijke wijze had benut. De aangetroffen hoeveelheden drugs overschreden de toegestane gebruikershoeveelheden en waren vermoedelijk bestemd voor handel. Daarnaast waren wapens en munitie aanwezig en was er sprake van een ernstig geval. De belangenafweging van de burgemeester, inclusief de bijzondere omstandigheden zoals de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de coronacrisis, was voldoende zorgvuldig.
Verzoekers stelden dat de sluiting disproportioneel was vanwege medische omstandigheden, het tekort aan huurwoningen en het ontbreken van vervangende woonruimte, maar de voorzieningenrechter vond dat deze omstandigheden onvoldoende waren om af te wijken van het beleid. De burgemeester hoefde geen vervangende woonruimte te bieden en had een langere begunstigingstermijn gegeven. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.