Uitspraak
1.De procedure
2.De verdere beoordeling van het geschil
€ 204,38.
€ 48,40 worden toegewezen.
Rechtbank Gelderland
De Stichting Thius vordert betaling van kosten van de voormalige huurder voor het verwijderen van laminaat en het afvoeren van afval na het einde van de huurovereenkomst van woonruimte. De kernvraag is of de huurder gehouden is het laminaat te verwijderen.
De rechtbank stelt vast dat er een beschrijving van het gehuurde bestaat in de vorm van foto’s bij aanvang van de huurovereenkomst, waarop laminaat zichtbaar is. Op grond van artikel 7:224 lid 2 BW Pro is de huurder in beginsel gehouden het gehuurde in dezelfde staat op te leveren, dus inclusief het laminaat.
Thius beroept zich op een overnameformulier waarin staat dat de huurder verplicht is het laminaat te verwijderen tenzij een opvolgende huurder dit schriftelijk overneemt. De rechtbank oordeelt echter dat Thius geen partij is bij die overeenkomst en dat de verplichting tot verwijdering niet jegens Thius kan worden afgedwongen. De vordering tot vergoeding van verwijderingskosten wordt daarom afgewezen.
De rechtbank wijst wel de vordering toe voor de kosten van het afvoeren van afval en een deel van de buitengerechtelijke incassokosten, waarbij de wettelijke rente vanaf 26 februari 2020 wordt toegewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De huurder is niet verplicht het laminaat te verwijderen maar moet wel betalen voor afvalverwijdering en een deel van de incassokosten.