ECLI:NL:RBGEL:2020:4495
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Betaling geldleningen bevestigd, geen schenking; opeisbaarheid vordering
De zaak betreft een geschil tussen eiser en gedaagde over de terugbetaling van meerdere geldbedragen die eiser aan gedaagde heeft overgemaakt na verzoeken via WhatsApp. Gedaagde stelde dat het om schenkingen ging vanwege verleende zorg en hulp, terwijl eiser stelde dat het leningen waren die terugbetaald moesten worden.
De rechtbank analyseerde de WhatsApp-berichten waarin gedaagde expliciet sprak over terugbetaling en concrete momenten noemde waarop zij het geld zou terugbetalen, wat wijst op geldleningen. De vermeende afspraak dat het om schenkingen zou gaan werd door gedaagde onvoldoende onderbouwd en door eiser betwist.
De rechtbank concludeerde dat de vordering opeisbaar is omdat de afgesproken momenten voor terugbetaling zijn verstreken en dat artikel 7A:1798 BW niet van toepassing is omdat er geen afspraak was dat terugbetaling pas zou plaatsvinden als gedaagde hiertoe in staat zou zijn.
De vordering van €1.580,00 wordt toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €443,00. De veroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.580,00 aan eiser en proceskosten.