ECLI:NL:RBGEL:2020:4570

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 augustus 2020
Publicatiedatum
7 september 2020
Zaaknummer
C/05/373806 / FZ RK 20-1932
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 lid 2 WvggzArt. 6:5 sub a Wvggz
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking zorgmachtiging verplichte geestelijke gezondheidszorg met bezoekbeperking

De rechtbank Gelderland heeft op 6 augustus 2020 een beschikking gegeven tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een paranoïde waanstoornis binnen late onset schizofrenie. Betrokkene toont geen ziekteinzicht en weigert vrijwillig medicatie en hulpverlening, waardoor sprake is van ernstig nadeel zoals psychische en materiële schade.

De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De zorg omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperkingen in vrijheid en het gebruik van communicatiemiddelen, en een ambtshalve opgelegde beperking van het recht op bezoek, specifiek gericht op contact met een bepaalde persoon die volgens de curatoren een negatieve invloed heeft op het ziekteverloop.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de zorgmaatregelen zijn evenredig en naar verwachting effectief. De zorgmachtiging wordt verleend voor een maximale duur van zes maanden, conform de wettelijke bepaling voor een eerste machtiging. De beschikking is mondeling uitgesproken en schriftelijk vastgesteld, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met verplichte zorg en een bezoekbeperking gericht op een specifieke persoon.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Zaakgegevens: C/05/373806 / FZ RK 20-1932
Datum mondelinge uitspraak: 6 augustus 2020
Beschikking machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Wvggz
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. B.A.T. Brouwer te Apeldoorn.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op
21 juli 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 6 augustus 2020.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • dhr. [naam 1] , als behandelaar en SPV’er verbonden aan GGNet;
  • dhr. [naam 2] , zoon en curator van betrokkene;
  • dhr. [naam 3] , zoon en curator van betrokkene.
1.4.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van paranoïde en een waanstoornis in het kader van late onset schizofrenie. Betrokkene is achterdochtig naar hulpverlening en onbetrouwbaar in de medicatie inname. Er is geen sprake van ziekteinzicht of –besef. Betrokkene beschouwt de wereld als een spel en volgens haar is iedereen tegen haar. Ze denkt zelf dat ze lijdt aan nierfalen en dat niemand haar wil geloven en helpen. Betrokkene stuurt veelvuldig apps naar familie en vrienden, zij weten hier echter geen raad mee.
2.2.
Het gedrag dat uit de stoornis voortvloeit, leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
  • ernstige psychische schade;
  • ernstige materiële schade;
  • maatschappelijke teloorgang.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig. Betrokkene is op dit moment niet stabiel genoeg en wil niet op vrijwillige basis haar medicatie nemen en hulpverlening aanvaarden. Op het moment dat betrokkene haar medicatie stopt, is de kans op een psychotische decompensatie groot.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De rechtbank is van oordeel dat de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg en de daarbij aangegeven duur noodzakelijk zijn, mede gelet op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van zorg bestaan uit:
  • het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische behandelmaatregelen;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
allen voor de maximale duur van zes maanden.
2.5.
De rechtbank merkt daarbij op dat de verplichte vorm van zorg “
het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek” ambtshalve door de rechtbank is opgelegd op grond van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro en slechts geldt ten aanzien van het contact dat betrokkene heeft met de heer [naam 4] . Tijdens de mondelinge behandeling is door de zonen, tevens curatoren, van betrokkene nogmaals naar voren gebracht dat zij zich ernstig zorgen maken over de rol die de heer [naam 4] speelt in het verloop van het ziekteproces van betrokkene. Gezien wordt dat na elke keer dat betrokkene contact heeft gehad met de heer [naam 4] , zij ontregelt is, haar wanen weer hevig opleven en haar behandeling en medicatie inname wil stoppen. De heer [naam 4] laat zich enkel zien in de situatie dat betrokkene alleen thuis is en is nimmer op bezoek geweest tijdens de langdurige opname van betrokkene en hij beticht de zonen van dubieus handelen ten aanzien van hun moeder. De rechtbank deelt de zorgen die de zonen van betrokkene hebben ten aanzien van de invloed op het ziekteverloop bij hun moeder. De rechtbank legt dan ook ambtshalve deze verplichte vorm van zorg “
het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek”op in die zin dat betrokkene geen contact mag hebben dan wel bezoek mag ontvangen van de heer [naam 4] .
2.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.7.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden. De officier van justitie heeft verzocht om een zorgmachtiging van twaalf maanden maar onderliggend verzoek betreft een eerste zorgmachtiging. Op grond van artikel 6:5 sub a Wvggz Pro kan een eerste zorgmachtiging voor maximaal zes maanden worden verleend. De rechtbank zal om deze reden beslissen als hierna vermeld.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 2.4. kunnen worden getroffen;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk
5 februari 2021;
3.3.
wijst af het anders of meer verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2020 door mr. G.W. Brands-Bottema, rechter, in tegenwoordigheid van L. Stoevenbelt, griffier, en de schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 13 augustus 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.