Uitspraak
20 augustus 2020.
1.De inhoud van de tenlastelegging
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 64 en 65 (feiten 1 tot en met 3);
- het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, p. 121 tot en met 125 (feit 1);
- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, proces-verbaalnummer PL0600-2019551659-9 d.d. 21 februari 2020, met vier bijlagen (feit 1);
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 75 (feit 2);
- kennisgevingen van inbeslagname, p. 334 en 337 (feit 2);
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 106 en 107 (feit 3)
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 augustus 2020 (feiten 1 tot en met 3).
3.Bewezenverklaring
of omstreeks10 december 2019, te Beuningen, in de gemeente Beuningen,
althans in Nederland,in een woning aan de [adres] , opzettelijk aanwezig heeft gehad:
/of
/of
/of
en/of 3,4-methyleendioxy-methamfetamine zijnde cocaïne
en/of MDMA
en/of 3,4-methyleendioxymethamfetamine, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
of omstreeks10 december 2019, te Beuningen, in de gemeente Beuningen,
althans in Nederland,in een woning aan de [adres] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer (in totaal) 11.107,99 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
of omstreeks10 december 2019, te Beuningen, in de gemeente Beuningen,
althans in Nederland,in een woning aan de [adres] ,
één ofmeer wapen
(s
)als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III (onder 1º) van de Wet wapens en munitie, te weten:
/of
/ofmunitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
of omstreeks10 december 2019, te Beuningen, in de gemeente Beuningen,
althans in Nederland,in een woning aan de [adres] , - een geldbedrag van 76.155,- euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist
althans redelijkerwijs moest vermoedendat dit geldbedrag, geheel of gedeeltelijk, middellijk of onmiddellijk afkomstig was uit enig
(eigen)misdrijf.
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.Het beslag
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
- 33, 33a, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, en
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.
10.De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;
verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag groot € 76.155,00.
mr. P.J.C. Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 september 2020.