ECLI:NL:RBGEL:2020:4996

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
28 augustus 2020
Publicatiedatum
25 september 2020
Zaaknummer
C/05/374868 / KG RK 20-613
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking van rechters afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters die op 20 juli 2020 zitting hielden in twee strafzaken waarin hij verdachte was, alsmede tegen alle overige rechters van de rechtbank. Het verzoek strekte ertoe de rechters te wraken en diverse personen strafrechtelijk te laten vervolgen.

De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker eerder een soortgelijk wrakingsverzoek had ingediend dat reeds kennelijk niet-ontvankelijk was verklaard, met een verbod op verdere wrakingsverzoeken in deze zaken. Het huidige verzoek werd daarom slechts beperkt in behandeling genomen voor de rechters van de zitting van 20 juli 2020.

De wrakingskamer benadrukte dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Het verzoek bevatte echter slechts algemene politieke beschouwingen zonder enige concrete aanwijzing van partijdigheid jegens de rechters.

Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en werd geen mondelinge behandeling gehouden. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van concrete feiten die de onpartijdigheid van de rechters aantonen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem

Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/374868 / KG RK 20-613
Beslissing van 28 augustus 2020
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
alle rechters in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechters.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 3 augustus 2020.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van “de rechters van de zitting d.d. 20 juli 2020 te Zutphen” in de zaken 05-148531-19 en 05-145336-19 en alle overige rechters van, onder meer, deze rechtbank.
2.2
Verzoeker verzoekt de wrakingskamer alle aangiftes, voorschriften, bevelen, uitspraken en dagvaardingen - zoals in het wrakingsverzoek omschreven - als valse stukken te vernietigen en over te gaan, c.q. het Openbaar Ministerie te bevelen over te gaan, tot de strafrechtelijke vervolging van alle kamerleden onder Rutte 2 en 3, de burgemeester van [woonplaats] en een aantal andere bij naam genoemde personen.

3.De beoordeling

3.1
De wrakingkamer stelt op grond van de door verzoeker in zijn verzoeken genoemde parketnummers vast dat het wrakingsverzoek kennelijk verband houdt met een tweetal, ter zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank, locatie Zutphen, op 20 juli 2020 gevoegd behandelde, strafzaken waarin verzoeker verdachte was. Verzoeker heeft in deze strafzaken reeds eerder verzocht om wraking van alle rechters van deze rechtbank. Dat wrakingsverzoek is bij beslissing van 13 februari 2020 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en die wrakingskamer heeft bepaald dat een volgend verzoek tot wraking in deze strafzaken niet meer in behandeling wordt genomen. Het onderhavige wrakingsverzoek richt zich kennelijk tegen de rechters van de zitting van 20 juli 2020 en, daarnaast, tegen alle overige rechters van deze rechtbank. De wrakingskamer heeft, gelet op de genoemde beslissing van 13 februari 2020, het verzoek voor zover het zich richt tegen alle overige rechters van de rechtbank niet in behandeling genomen.
Voor zover het onderhavige wrakingsverzoek zich richt tegen de (door verzoeker niet met name genoemde) rechters van de hiervoor bedoelde zitting d.d. 20 juli 2020, geldt het volgende.
3.2
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.3
Het wrakingsverzoek bevat een algemene politieke beschouwing. Aan het wrakingsverzoek zijn geen concrete feiten of omstandigheden ten aanzien van de rechters ten grondslag gelegd, die betrekking hebben op de behandeling van de strafzaken op de zitting van 20 juli 2020. Verzoeker heeft kennelijk geen vertrouwen in de onafhankelijkheid van rechters in het algemeen. Dit levert geen grond voor wraking op. Dit leidt ertoe dat verzoeker niet in zijn wrakingsverzoek kan worden ontvangen. Voor een behandeling ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het wrakingsverzoek, maar aan dat debat wordt gezien het voorgaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. A. Tegelaar, voorzitter, mr. A.F. Germs-de Goede en mr. S.J. Peerdeman, leden, en bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. S.J. Peerdeman in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. Wolsink-van Veldhuizen en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2020.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.