ECLI:NL:RBGEL:2020:5205

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 oktober 2020
Publicatiedatum
2 oktober 2020
Zaaknummer
05.046569.20
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting en aanranding

De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van een 20-jarige man uit Epe die werd verdacht van verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid op of omstreeks 15 september 2019. De tenlastelegging betrof onder meer het vastpakken, tegen de muur duwen en het verrichten van seksuele handelingen tegen de wil van het slachtoffer.

Tijdens de terechtzitting op 17 september 2020 heeft de officier van justitie gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kon worden en vorderde een jeugddetentie van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. De verdediging pleitte voor vrijspraak.

De rechtbank stelde vast dat er wel een ontmoeting en seksuele handelingen waren geweest, maar was onvoldoende overtuigd dat deze handelingen tegen de wil van het slachtoffer waren of dat verdachte dit had kunnen beseffen. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Zutphen op 1 oktober 2020, waarbij mr. T.N. Ritzer, mr. D.S.M. Bak en mr. E.H.T. Rademaker als rechters betrokken waren.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat seksuele handelingen tegen de wil van het slachtoffer waren.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer : 05.046569.20
Datum uitspraak : 1 oktober 2020
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. W.E. van Veldhuizen, advocaat te Apeldoorn.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting
van 17 september 2020.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 15 september 2019 te Epe, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [naam 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam 1] , door één of meer vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [naam 1] te brengen en/of
in de nek/hals en/of op de mond van die [naam 1] te kussen/zoenen en/of de borsten van die [naam 1] te betasten en/of zijn (ontblote) geslachtsdeel langs/tegen het been van die [naam 1] te wrijven/duwen, en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die
bedreiging met geweld en/of die één of meer feitelijkheden hierin dat verdachte
- die [naam 1] met twee armen heeft vastgepakt/gehouden en/of
- die [naam 1] heeft omgedraaid en/of (vervolgens) tegen de muur heeft geduwd/gedrukt en/of
- zijn hand(en) onder de bovenkleding van die [naam 1] heeft gebracht en/of
- zijn hand(en) in de broek en/of onder de string van die [naam 1] heeft gebracht en/of
- ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [naam 1] en/of (hierop) heeft gezegd ‘dit wil jij ook wel’, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (aldus) voor die [naam 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 15 september 2019 te Epe, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [naam 1]
heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het betasten van de vagina van die [naam 1] en/of het kussen/zoenen van de nek/hals en/of de mond van die [naam 1] en/of het betasten van de borsten van die [naam 1] en/of
het duwen/wrijven van zijn (ontblote) geslachtsdeel tegen/op het been van die [naam 1]
en bestaande dat geweld of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld of die één of meer andere feitelijkheden hierin dat verdachte
- die [naam 1] met twee armen heeft vastgepakt/gehouden en/of
- die [naam 1] heeft omgedraaid en/of (vervolgens) tegen de muur heeft geduwd/gedrukt en/of
- zijn hand(en) onder de bovenkleding van die [naam 1] heeft gebracht en/of
- zijn hand(en) in de broek en/of onder de string van die [naam 1] heeft gebracht en/of
- ( meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [naam 1] en/of (hierop) heeft gezegd ‘dit wil jij ook wel’,
althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (aldus) voor die [naam 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hij heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit.
Beoordeling door de rechtbank
Vastgesteld kan worden dat er een ontmoeting is geweest tussen verdachte en [naam 1] (hierna: [naam 1] ) op de tenlastegelegde datum, waarbij seksuele handelingen bij [naam 1] zijn verricht. Uit het dossier en hetgeen ter zitting is besproken heeft de rechtbank echter onvoldoende de overtuiging gekregen dat daarbij ook handelingen tegen de wil van [naam 1] zijn verricht, dan wel dat het voor verdachte tijdens de handelingen kenbaar was dat die handelingen tegen haar wil waren. Gelet hierop komt de rechtbank niet tot een bewezenverklaring en zal zij verdachte vrijspreken van al het tenlastegelegde.

3.De beslissing

De rechtbank spreekt verdachte vrij van al het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.N. Ritzer, voorzitter, mr. D.S.M. Bak en
mr. E.H.T. Rademaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 oktober 2020.
Mr. Ritzer is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.