De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van een 20-jarige man uit Epe die werd verdacht van verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid op of omstreeks 15 september 2019. De tenlastelegging betrof onder meer het vastpakken, tegen de muur duwen en het verrichten van seksuele handelingen tegen de wil van het slachtoffer.
Tijdens de terechtzitting op 17 september 2020 heeft de officier van justitie gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kon worden en vorderde een jeugddetentie van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. De verdediging pleitte voor vrijspraak.
De rechtbank stelde vast dat er wel een ontmoeting en seksuele handelingen waren geweest, maar was onvoldoende overtuigd dat deze handelingen tegen de wil van het slachtoffer waren of dat verdachte dit had kunnen beseffen. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Zutphen op 1 oktober 2020, waarbij mr. T.N. Ritzer, mr. D.S.M. Bak en mr. E.H.T. Rademaker als rechters betrokken waren.