Uitspraak
1.Procesverloop
16 oktober 2020.
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 2.5. kunnen worden getroffen;
25 oktober 2021.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde op 26 oktober 2020 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Vanwege COVID-19 vond de mondelinge behandeling via beeldbellen plaats. Betrokkene was niet bereid om inhoudelijk deel te nemen aan de behandeling en gaf aan geen vertrouwen te hebben in een goede afloop. Zijn advocaat was aanvankelijk afwezig, maar verscheen op verzoek van de rechtbank om de rechtsbescherming te waarborgen.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en een autismespectrumstoornis, met een voorgeschiedenis van psychotische ontregelingen en fors alcoholgebruik. Het gedrag leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene vertoont geen ziekte-inzicht en weigert medicatie tenzij verplicht.
De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg niet mogelijk was en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid te stabiliseren. De voorgestelde zorgmaatregelen, waaronder opname, medicatietoediening en bewegingsbeperkingen, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De zorgmachtiging werd daarom toegekend voor de maximale duur van twaalf maanden, met een uiterste geldigheidsdatum tot 25 oktober 2021.
Uitkomst: De rechtbank heeft de zorgmachtiging toegekend voor een periode van twaalf maanden om verplichte zorg toe te passen.