ECLI:NL:RBGEL:2020:5920

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 oktober 2020
Publicatiedatum
6 november 2020
Zaaknummer
C/05/377297 / FZRK 20-2685
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 6 WzdArt. 24 e.v. WzdArt. 39 lid 7 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging opname en verblijf op grond van de Wet zorg en dwang

De rechtbank Gelderland behandelde op 12 oktober 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot het verlenen van een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van een cliënt met een verstandelijke beperking en psychische stoornis in een Wzd-geregistreerde accommodatie.

De cliënt verblijft momenteel met een zorgmachtiging in een Wvggz-accommodatie, maar vanwege zijn verstandelijke beperking en de complexiteit van zijn problematiek is een plaatsing op een Wzd-locatie noodzakelijk. De rechtbank constateerde dat het gedrag van de cliënt, waaronder psychotische klachten en agressie bij overvraging, leidt tot ernstig nadeel en dat opname in een Wzd-accommodatie noodzakelijk is om dit te voorkomen.

De rechtbank oordeelde dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en wees het verzoek van de advocaat af om de machtiging pas te laten ingaan na het einde van de zorgmachtiging, omdat de wet dit niet toestaat. De rechterlijke machtiging werd verleend voor de duur van zes maanden, met het oog op een spoedige plaatsing van de cliënt in een passende accommodatie.

De beschikking werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, waarbij tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van de cliënt in een Wzd-geregistreerde accommodatie voor de duur van zes maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Zaakgegevens: C/05/377297 / FZRK 20-2685
Datum mondelinge uitspraak: 12 oktober 2020
beschikking rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Wzd
inzake
het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende en verblijvende te: GGz Centraal te Ermelo, op grond van een zorgmachtiging, geldend tot en met 22 oktober 2020,
hierna te noemen: cliënt,
advocaat: mr. F.L. Lischer te Lelystad.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 5 oktober 2020;
het e-mailbericht met bijlage van de mentor van cliënt, mw. [naam] , van 6 oktober 2020.
1.2.
De mondelinge behandeling op 12 oktober 2020 heeft vanwege de situatie rondom het coronavirus via beeldbellen plaatsgevonden.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:
cliënt, bijgestaan door zijn advocaat (telefonisch);
mw. [naam 2] , als verpleegkundig specialist in opleiding verbonden aan voormelde accommodatie;
mw. [naam 3] , als geneesheer-directeur verbonden aan voormelde accommodatie;
de mentor van cliënt;
de moeder van cliënt.
1.4.
De rechtbank heeft partijen op 12 oktober 2020 om 15.30 uur telefonisch de beslissing medegedeeld.

2.Beoordeling

2.1.
Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het landelijk beleid van de Rechtspraak dat het niet is toegestaan de accommodatie waar cliënt verblijft te bezoeken. Dit levert voor cliënt en de medebewoners en verzorgers een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Datzelfde geldt voor de medewerkers van de rechtbank, alsook voor bewoners en verzorgers van overige accommodaties indien van dit beleid zou worden afgeweken. Om die reden is besloten cliënt via beeldbellen te horen.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap gepaard gaand met een psychische stoornis. Er is bij cliënt sprake van een verstandelijke beperking en een psychotische kwetsbaarheid, waarbij de verstandelijke beperking voorliggend is.
2.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
ernstige psychische schade;
ernstige verwaarlozing;
maatschappelijke teloorgang;
gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen.
Cliënt kan veel spanning ervaren. Als de spanning bij hem oploopt, vertoont hij psychotische klachten. Cliënt kan dan achterdochtig en agressief worden. Dit heeft in het verleden vaker tot een opname geleid. De psychotische klachten worden momenteel echter niet gezien. Wel wordt op de afdeling gezien dat cliënt overvraagd wordt, veel stress heeft en het overzicht verliest. Hij kan hierdoor boos worden en zowel fysiek als verbaal agressief gedrag laten zien. Overvraging en het ontbreken van passende ondersteuning resulteert in een opeenstapeling van problemen op alle leefgebieden. Daarnaast heeft cliënt seksueel ontremd gedrag laten zien.
2.4.
Opname en verblijf in een Wzd-geregistreerde accommodatie is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt heeft deskundige 24-uurszorg nodig omdat hij niet in staat is om zelfstandig de implicaties van zijn daden die ernstig nadeel veroorzaken te overzien.
2.5.
Cliënt verblijft nu met een zorgmachtiging in een Wvggz-accommodatie. De geneesheer-directeur heeft aangegeven dat de problematiek van cliënt vanuit de verstandelijke beperking de ervaring van de medewerkers van deze accommodatie te boven gaat. Op een Wzd-plek kan cliënt beter worden gezien en begeleid. Zijn angst kan daardoor afnemen, waardoor er betere herstelmogelijkheden ontstaan en er naar verwachting zicht kan komen op een perspectief. De geneesheer-directeur en de mentor hebben benadrukt dat het bijzonder lastig is om cliënt in een Wzd-geregistreerde accommodatie geplaatst te krijgen omdat hiervoor tot nu toe geen indicatie door het CIZ is afgegeven. De hoop en verwachting is dat de afgifte van een rechterlijke machtiging dit proces zal bespoedigen.
2.6.
Anders dan de advocaat primair namens cliënt heeft bepleit, is de rechtbank van oordeel dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Cliënt wil graag bij zijn moeder gaan wonen op het moment dat de zorgmachtiging is geëxpireerd, zodat hij zijn normale leven weer kan oppakken. De moeder heeft aangegeven dat zij haar zoon de rust en stabiliteit kan bieden die hij nodig heeft. De rechtbank is op grond van het voorgaande echter van oordeel dat een dergelijke woonvorm op dit moment niet volstaat. De moeder is het bovendien niet eens met de behandeling en medicatie. De verwachting is dat cliënt zich daardoor zal onttrekken aan de zorg en zal stoppen met de medicatie. Het risico is dan groot dat voormeld ernstig nadeel zal optreden.
2.7.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf.
2.8.
De advocaat heeft subsidiair namens cliënt bepleit de rechterlijke machtiging in te laten gaan vanaf het moment dat de zorgmachtiging expireert. De rechtbank gaat niet mee in dit verzoek, omdat de wet niet in die mogelijkheid voorziet. Op grond van artikel 1 lid 6 Wzd Pro vervalt een eerder afgegeven zorgmachtiging namelijk op het moment dat er een rechterlijke machtiging op grond van de Wzd is afgegeven.
2.9.
Nu op grond van het voorgaande is gebleken dat aan de wettelijke criteria voor een rechterlijke machtiging is voldaan zal de rechtbank het onderhavige verzoek toewijzen met ingang van heden. De rechtbank wijst er op dat op grond van artikel 39 lid 7 Wzd Pro deze machtiging niet meer ten uitvoer kan worden gelegd wanneer meer dan vier weken na dagtekening van deze beschikking zijn verlopen. De rechtbank hoopt op een spoedige plaatsing van cliënt in een Wzd-geregistreerde accommodatie.
2.10.
De rechterlijke machtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden, om welke reden de rechtbank zal beslissen als hierna vermeld.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van:
[cliënt], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk
11 april 2021;
3.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling (telefonisch) gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2020 door mr. E. van Dusschoten, rechter, in tegenwoordigheid van
R.A. Ramkhewan, griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 oktober 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.