Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
[gedaagde 4],
[gedaagde 5],
[gedaagde 6],
PERSONEN DIE VERBLIJVEN OF WONEN OP DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN, STAANDE EN GELEGEN TE ( [postcode/adres] ) [woonplaats] AAN DE [adres]
1.De procedure
- de dagvaarding met 12 producties, van 7 oktober 2020,
- het e-mailbericht met 1 productie van mr. Oving, van 23 oktober 2020,
- het e-mailbericht met 5 producties van mr. Van Hulst, van 27 oktober 2020,
- het e-mailbericht met 1 productie van mr. Van Hulst, van 27 oktober 2020,
- de mondelinge behandeling van 28 oktober 2020,
- de pleitnota van mr. Oving,
- het door mr. Oving ter zitting overgelegde e-mailbericht d.d. 28 oktober 2020 van de gemeente [woonplaats] ,
- de pleitnota van mr. Van Hulst.
[gedaagde 7],
[gedaagde 8]
2.De feiten
Bijlage 1;
Percelen).
[emailadres]waarbij geldt dat een e-mail naar dit e-mailadres ter kennisgeving volstaat.
aanstaande woensdag 23 september 2020hieraan voldoen, zullen cliënten de bruikleenovereenkomst (in de zin van artikel 6:265 BW Pro) ontbinden en zal ik namens hen een ontruimingsvordering in kort geding instellen. (…)’
derhalve uiterlijk 2 oktober 2020, te hebben ontruimd. Indien u hieraan niet voldoet, zullen cliënten ontruiming van de percelen in kort geding vorderen. (…)’