Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. drs. A.E.H. Bovy, rechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, in zaken betreffende de ondertoezichtstelling en zorgregeling van zijn zoon. Verzoeker stelde dat de rechter onvoldoende kritisch was richting de moeder en betrokken instanties, en dat er sprake was van vooringenomenheid en medelijden jegens de moeder.
Tijdens de mondelinge behandeling op 5 november 2020 werd het verzoek toegelicht. Verzoeker wees op het toelaten van een vertegenwoordiger van de GI die volgens hem foutieve informatie had verstrekt, en het ontbreken van kritische vragen over de psychische gesteldheid van de moeder. Tevens voelde verzoeker zich onvoldoende gehoord als vader en man.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter slechts gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De gronden van verzoeker betroffen het verloop en de inhoud van de zitting, waarbij de rechter de regie voerde en een andere invalshoek onderzocht dan verzoeker had verwacht. Dit maakte geen sprake van vooringenomenheid of schijn daarvan. Ook het feit dat verzoeker tegenover vrouwelijke vertegenwoordigers stond, bood geen grond voor wraking.
De wrakingskamer concludeerde dat geen concrete feiten of aanwijzingen waren voor het vermoeden van partijdigheid of blind vertrouwen op instanties. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.