Uitspraak
wonende te [adres] .
1.De inhoud van de vordering
€ 98.880,--.
Rechtbank Gelderland
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel van €98.880,- vaststelt en betrokkene verplicht tot betaling van de helft daarvan, €49.440,-, wegens betrokkenheid bij diefstal bij een bank.
Tijdens de zitting op 5 november 2020 verscheen betrokkene met zijn raadsman en voerde verweer, stellende dat hij integraal vrijgesproken moest worden. De rechtbank nam kennis van het vonnis van 3 december 2020 waarin betrokkene volledig werd vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
Omdat een veroordeling een noodzakelijke voorwaarde is voor het opleggen van een ontnemingsmaatregel, en betrokkene is vrijgesproken, oordeelde de rechtbank dat de ontnemingsvordering niet kan worden toegewezen. De rechtbank wees daarom de vordering van de officier van justitie af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens vrijspraak van betrokkene in de strafzaak.