ECLI:NL:RBGEL:2020:6529
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken contractuele verbintenis privé tussen partijen
In deze civiele zaak stond centraal of gedaagde in privé of namens zijn besloten vennootschap (B.V.) als contractspartij had gehandeld bij de aankoop en reparatie van een lijkwagen.
De kantonrechter bevestigde het tussenvonnis van mei 2020 en overwoog dat partijen in 2016, het relevante tijdstip, uit elkaars verklaringen en gedragingen mochten afleiden dat gedaagde optrad als directeur en vertegenwoordiger van zijn B.V. en niet in privé. Hoewel gedaagde in het verleden namens meerdere entiteiten handelde, was in de laatste periode de facturatie steeds op naam van de B.V. gesteld.
De kantonrechter verwierp de stelling van eiser dat gedaagde in privé opdrachtgever was en oordeelde dat de grondslag van de vordering daarom ontbreekt. Een latere wijziging van de grondslag, waarin eiser aansprakelijkheid van gedaagde als bestuurder van de B.V. stelde, werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
Hoewel eiser in het ongelijk werd gesteld, werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten vanwege het feit dat de voormalige gemachtigde van gedaagde onduidelijkheid had veroorzaakt over de contractspartij, waardoor onnodige kosten ontstonden.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen omdat gedaagde niet in privé, maar namens zijn B.V. handelde; gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.