Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- dat eiseres ondernemer is;
- dat de terbeschikkingstelling van de kleedaccommodatie door eiseres aan de vereniging kwalificeert als het gelegenheid geven tot sportbeoefening zoals bedoeld in post b.3 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB) behorende Tabel I en in 2018 belast is tegen het verlaagde btw-tarief van 6%;
- dat abusievelijk in de huurovereenkomst van 25 oktober 2018 is vermeld dat de begane grond met de kleedaccommodatie is verhuurd, maar dat het de bedoeling van partijen was om een overeenkomst aan te gaan voor de verhuur van de eerste verdieping van de accommodatie zoals omschreven in de huurovereenkomst van 25 april 2019;
- dat de kleedaccommodatie op 1 december 2018 in gebruik is genomen;
- dat in het addendum van 25 april 2019 een juiste weergave van de feiten is opgenomen;
- dat, als volgens de rechtbank geen sprake is van misbruik van recht, het teruggaafverzoek genoemd in punt 20 ambtshalve moet worden gehonoreerd;
- dat, als volgens de rechtbank wel sprake is van misbruik van recht, het teruggaafverzoek genoemd in punt 20 ambtshalve moet worden verleend tot een bedrag van € 1.511.
- een belastingvoordeel wordt verkregen in strijd met de bedoeling van de richtlijnbepalingen en de nationale wetgeving tot omzetting daarvan; en
- het wezenlijke doel van de transactie(s) is om belastingvoordeel te behalen.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;