Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
9.De beslissing
heft ophet geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen en medeplichtigheid bij de invoer van circa 50 kilogram cocaïne via het schip [naam schip]. Verdachte werd ervan verdacht samen met anderen de cocaïne uit het schip te hebben gehaald in de periode januari-februari 2019.
Het openbaar ministerie stelde dat verdachte de uithaler was, een essentieel onderdeel van de invoer. De verdediging betoogde dat verdachte op het schip was om illegaal naar Engeland mee te reizen en niet betrokken was bij de cocaïne-invoer. De rechtbank achtte de verklaring van verdachte ongeloofwaardig, maar stelde vast dat de cocaïne al op 5 februari 2019 door de Douane in beslag was genomen, terwijl verdachte pas op 6 februari op het schip was.
Omdat de cocaïne op dat moment niet meer aanwezig was, kon verdachte niet betrokken zijn geweest bij het daadwerkelijk uithalen of medeplegen van invoer. Wel waren er voorbereidingshandelingen, maar deze waren niet ten laste gelegd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken bewijs voor medeplegen of medeplichtigheid aan invoer van cocaïne.