ECLI:NL:RBGEL:2020:7130
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen proceskostenvergoeding in zaak Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
In deze zaak heeft de kantonrechter uitspraak gedaan over een beroep tegen een beslissing van de officier van justitie inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De officier van justitie had een beschikking vernietigd en een vergoeding van €262,50 aangeboden voor drie samenhangende zaken. De gemachtigde van betrokkene stelde beroep in tegen deze beslissing.
De kantonrechter besloot het beroep ambtshalve buiten zitting af te doen en oordeelde dat uit het dossier niet bleek waarom sprake was van samenhangende zaken. Hierdoor was de zaak ten onrechte als samenhangend met andere zaken beschouwd. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht behoren voor bezwaar en beroep elk 1 punt toe met een wegingsfactor van 0,5, wat resulteert in een proceskostenvergoeding van €525,-.
De kantonrechter veroordeelde de officier van justitie tot betaling van deze proceskostenvergoeding, met verrekening van het reeds betaalde bedrag van €262,50. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 13 november 2020 door kantonrechter M.A. Jansen-van Leeuwen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open onder voorwaarden.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en officier van justitie veroordeeld tot betaling van €525,- proceskosten met verrekening van reeds betaalde bedragen.