ECLI:NL:RBGEL:2020:7208

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
10 juli 2020
Publicatiedatum
30 juli 2021
Zaaknummer
8365309
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 WAMWet normering buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzekeringsvordering wegens misleiding bij schadeclaim autobrand

In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een bedrag van €6.916,75, vermeerderd met wettelijke rente en kosten, op grond van vermeende misleiding door gedaagde omtrent de schadeclaim na een autobrand. Eiser stelt dat gedaagde onjuiste informatie heeft verstrekt, waardoor uitgekeerde schade niet vergoed zou moeten worden. Tevens beroept eiser zich op artikel 15 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten.

Gedaagde betwist de vordering, onder meer door te stellen dat hij niet contractueel verbonden is aan eiser, dat de grondslag van de vordering onjuist is en dat hij niet op de hoogte was van gebreken aan de motor van de auto. Volgens gedaagde is er geen sprake geweest van het verstrekken van onjuiste informatie.

De kantonrechter acht het aangewezen dat eiser bij conclusie van repliek nader reageert op het verweer van gedaagde, waarna gedaagde schriftelijk kan reageren bij conclusie van dupliek. De rechter houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar de rol voor repliek. Een mondelinge behandeling kan nog plaatsvinden indien wenselijk. Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.E. Sijsma.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol voor repliek, met verdere beslissing uitgesteld.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Nijmegen
zaakgegevens 8365309 \ CV EXPL 20-686 \ 42693 \ 636
uitspraak van
vonnis
in de zaak van
[naam eiser]
gevestigd te [vestigingsplaats]
eisende partij
gemachtigde LAVG Groningen
tegen
[naam gedaagde]
wonende te [naam gedaagde]
gedaagde partij
gemachtigde mr. I. van Bekkum
Partijen worden hierna [naam eiser] en [naam gedaagde] genoemd.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 februari 2020 met producties
- de conclusie van antwoord van 8 mei 2020.

2.De vordering en het verweer

2.1.
[naam eiser] vordert dat de kantonrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, [naam gedaagde] zal veroordelen:
a. a) om aan haar het bedrag van € 6.916,75 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.666,25 vanaf 17 februari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;
b) om aan haar de kosten van deze procedure te betalen.
2.2.
[naam eiser] legt aan haar vorderingen, kort samengevat, ten grondslag dat [naam gedaagde] haar heeft misleid met onjuiste informatie over de feiten en omstandigheden rondom zijn claim tot vergoeding van schade na een autobrand en dat de (al uitgekeerde) schade daarom niet voor vergoeding in aanmerking komt. Zij stelt daarom en op grond van artikel 15 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) recht te hebben op betaling door [naam gedaagde] aan haar van een bedrag van € 5.666,25 (€ 3.206,00 wegens de uitgekeerde schade en € 2.460,25 wegens onderzoekskosten). Ook is [naam gedaagde] ingevolge de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten € 658,31 aan haar verschuldigd, alsmede btw daarover van € 138,25 en wettelijke rente, tot 17 februari 2020 berekend op
€ 453,94, aldus [naam eiser] .
2.3.
[naam gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Ten eerste betwist hij dat [naam eiser] zijn contractuele wederpartij is, vervolgens betwist hij de juistheid van de gestelde grondslag van de vordering en ten slotte betwist hij op de hoogte te zijn geweest van gebreken aan de motor van de auto. Van het verstrekken van onjuiste informatie is volgens hem geen sprake geweest.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter acht het in dit geval aangewezen dat [naam eiser] , bij conclusie van repliek, nader zal reageren op de verweren in de conclusie van antwoord. Vervolgens krijgt [naam gedaagde] de gelegenheid om daar schriftelijk, bij conclusie van dupliek, op te reageren.
3.2.
Vervolgens zal de kantonrechter vonnis wijzen, tenzij een mondelinge behandeling alsnog wenselijk is.
3.3.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verwijst de zaak naar de rol van
vrijdag 7 augustus 2020voor conclusie van repliek aan de zijde van [naam eiser] ;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op