Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs - vrijspraak
Beoordeling door de militaire kamer
3.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van een ex-militair die werd beschuldigd van het verrichten van een voorbehouden handeling zonder bevoegdheid, namelijk het zetten van een infuusnaald tijdens een zelfhulp kameradenhulp-training in de zomer van 2017. De verdachte was niet geregistreerd in het BIG-register en voerde de handeling uit zonder toezicht van een bevoegde arts of verpleegkundige.
De officier van justitie vorderde een onvoorwaardelijke taakstraf van 20 uur, stellende dat de verdachte buiten zijn bevoegdheid handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg had verricht. De verdediging pleitte vrijspraak. Uit verklaringen bleek dat de handeling spontaan en zonder toezicht plaatsvond, zonder dat bloed werd afgenomen of weefsel werd weggenomen.
De militaire kamer oordeelde dat het zetten van de infuusnaald niet onder de definitie van 'handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg' valt zoals bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet BIG. Aangezien de tenlastelegging uitsluitend gebaseerd was op artikel 96 lid 1 Wet Pro BIG, kon een essentieel onderdeel van de tenlastelegging niet worden bewezen.
Daarnaast ontbrak in de tenlastelegging het kernbestanddeel dat buiten noodzaak schade of een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van een ander is veroorzaakt. De militaire kamer sprak de verdachte daarom vrij, met de toelichting dat andere strafwetten mogelijk wel van toepassing zouden kunnen zijn, maar dat de rechter gebonden is aan de tenlastelegging.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland op 3 februari 2020.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat het zetten van een infuusnaald niet valt onder de strafbare handelingen van de Wet BIG.