Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de brief van KleurrijkWonen d.d. 24 januari 2020 inclusief producties
- de mondelinge behandeling.
2.De feiten
4.De beoordeling
3.Het geschil
4.De beoordeling
NJB2020, 13).
980,00
Rechtbank Gelderland
In deze zaak vordert de huurster schorsing van de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis dat de ontbinding van haar huurovereenkomst behelst. De kantonrechter had de huurovereenkomst ontbonden wegens ernstige en structurele overlast veroorzaakt door de dochter en kleinkinderen van de huurster, die volgens de verhuurder permanent in de woning verbleven.
De huurster betwistte de permanente bewoning en stelde dat de overlast inmiddels was geëindigd doordat haar dochter en kleinkinderen definitief naar Syrië waren vertrokken. Deze gewijzigde omstandigheden werden echter niet meegenomen in het vonnis omdat een e-mail hierover kennelijk niet onder de aandacht van de kantonrechter was gebracht. Dit leidt tot de conclusie dat het vonnis op een kennelijke misslag berust.
De voorzieningenrechter weegt het belang van de huurster, die vanwege haar slechte gezondheid behoefte heeft aan huisvesting, zwaarder dan het belang van de verhuurder bij ontruiming, temeer daar na vertrek van de dochter en kleinkinderen geen overlast meer is gemeld. Daarom wordt de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst zolang het hoger beroep niet onherroepelijk is beslist.
De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. De dwangsom bij overtreding van het verbod tot tenuitvoerlegging is gemaximeerd op € 10.000.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt geschorst vanwege een kennelijke misslag en het zwaarder wegen van het belang van de huurster.