ECLI:NL:RBGEL:2020:899
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester van een gemeente op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene voerde aan dat er geen sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dat zij vrijwillig in de instelling verbleef zonder intentie zich aan zorg te onttrekken.
Tijdens de zitting werden verklaringen gehoord van betrokkene, een psychiater en een klinisch psycholoog verbonden aan de instelling Pro Persona. De psychiater en psycholoog bevestigden dat er op 9 januari 2020 sprake was van een acute crisissituatie met oplopende spanning, suïcidale uitlatingen en overmatig medicatiegebruik, wat leidde tot het aanvragen van de crisismaatregel.
De rechtbank overwoog dat er voldoende bewijs was voor onmiddellijk dreigend ernstig nadeel dat niet door een zorgmachtiging kon worden afgewacht. Tevens werd geoordeeld dat de burgemeester terecht had geprobeerd betrokkene te horen en dat het ontbreken van toestemming voor gegevensdeling met de patiëntenvertrouwenspersoon logisch was gezien het niet kunnen bereiken van betrokkene.
Gelet op deze omstandigheden verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van de crisismaatregel. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel is ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.