Op 11 september 2019 werd het slachtoffer levenloos aangetroffen in haar woning te Ermelo. Verdachte, haar echtgenoot, werd beschuldigd van moord met voorbedachten rade, maar de rechtbank achtte dit niet wettig en overtuigend bewezen. Wel werd vastgesteld dat verdachte haar in een vlaag van woede heeft gewurgd, hetgeen doodslag oplevert.
De rechtbank baseerde zich op verklaringen van verdachte, die toegaf zijn echtgenote te hebben gewurgd, en forensisch pathologisch onderzoek dat verwurging en letsel aan tongbeen en strottenhoofd bevestigde. Verdachte toonde berouw en werkte mee aan het onderzoek. Psychologisch en psychiatrisch onderzoek toonde geen stoornissen en een lage kans op herhaling.
De officier van justitie eiste 11 jaar gevangenisstraf, maar de rechtbank hield rekening met de omstandigheden, het blanco strafblad, de leeftijd van verdachte en het berouw, en legde een gevangenisstraf van 7 jaar op. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht. Verdachte werd vrijgesproken van moord en veroordeeld voor doodslag.