ECLI:NL:RBGEL:2021:1139

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 februari 2021
Publicatiedatum
11 maart 2021
Zaaknummer
C/05/384281 / FA RK 21-653
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgmachtiging Wvggz wegens gevaar door rookgedrag en psychotische ontregeling

De rechtbank Gelderland heeft op 26 februari 2021 een wijziging van de zorgmachtiging Wvggz ten aanzien van betrokkene uitgesproken. Betrokkene verblijft in een zorginstelling en vertoont onvoorspelbaar gedrag door een psychotische ontregeling. Zij rookt op haar kamer en laat soms een brandende sigaret vallen, wat gevaar oplevert voor zichzelf en anderen.

Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege COVID-19 via beeldbellen plaatsvond, werden betrokkene, haar advocaat en medische deskundigen gehoord. De rechtbank oordeelde dat de bestaande zorgmachtiging niet langer voldoende was en dat aanvullende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om de dreigende noodsituatie af te wenden.

De aanvullende zorgmaatregelen betreffen onder meer onderzoek aan kleding of lichaam en onderzoek van de woonruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen. Betrokkene verzette zich aanvankelijk, maar erkende tijdens de zitting het belang van de maatregelen. De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de maatregelen evenredig en effectief zijn.

De zorgmachtiging wordt daarom gewijzigd en uitgebreid met de aanvullende vormen van verplichte zorg, geldig tot en met 10 maart 2021. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De zorgmachtiging Wvggz wordt gewijzigd en uitgebreid met aanvullende verplichte zorgmaatregelen tot en met 10 maart 2021.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Zaakgegevens: C/05/384281 / FA RK 21-653
Datum mondelinge uitspraak: 26 februari 2021
Beschikking wijziging machtiging verplichte zorg Wvggz
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
verblijvende te: Pro Persona, locatie [adres] ,
op grond van een zorgmachtiging tot en met 10 maart 2021,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. S.C.M. Wouda-van Velzen te Arnhem.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 23 februari 2021, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 11 september 2020 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 26 februari 2021.
1.3.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] , als waarnemend psychiater verbonden aan Pro Persona;
  • [naam] , als afdelingsarts en geriater in opleiding verbonden aan Pro Persona;
1.4.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.

2.Beoordeling

2.1.
Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het niet toegestaan betrokkene persoonlijk te bezoeken. Dit levert voor betrokkene en andere aanwezigen een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Om die reden is besloten betrokkene via beeldbellen te horen.
2.2.
Ten aanzien van betrokkene is op 11 september 2020 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, die door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro. Betrokkene rookt op haar kamer, zowel overdag als ’s nachts zonder dat er sprake is van toezicht. De afdelingsarts heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat betrokkene soms erg versuft is en dan een (brandende) sigaret laat vallen. Er is hierdoor sprake van gevaar voor zowel betrokkene als andere personen in het gebouw. Betrokkene heeft daarnaast waanideeën waarbij zij denkt dat ze in brand wordt gestoken of dat er ergens brand ontstaat. Gezien de onvoorspelbaarheid in het gedag van betrokkene bij de huidige psychotische ontregeling en betrokkene hierin wisselend coöperatief is, zijn de aanvullende verzochte vormen van verplichte zorg noodzakelijk.
2.3.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
  • onderzoek aan kleding of lichaam;
  • onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen.
2.4.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen moeten worden voortgezet.
2.5.
Betrokkene verzette zich in eerste instantie tegen deze (aanvullende) vormen van verplichte zorg. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij echter aangegeven wel te snappen dat deze vormen van zorg noodzakelijk zijn. De advocaat van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Gezien de psychotische ontregeling laat betrokkene echter een wisselend beeld zien waardoor de vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn.
2.6.
Gebleken is dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:
 onderzoek aan kleding of lichaam;
 onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
alle voor de duur van de lopende zorgmachtiging die geldt tot en met 10 maart 2021.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
wijzigt de zorgmachtiging die op 11 september 2021 is verleend ten aanzien van
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
in die zin dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen kunnen worden getroffen als vermeld onder 2.7.;
3.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 10 maart 2021.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2021 door mr. E. van Dusschoten, rechter, in tegenwoordigheid van L. Stoevenbelt, griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 26 februari 2021.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.