Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] B.V., te [plaats] , eiseres
de ontvanger van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder.
Procesverloop
( [persoon B] ) en de gemachtigde. Namens verweerder zijn verschenen [persoon C1] , [persoon C2] en mr. [persoon C3] .
Overwegingen
“Wet Ketenaansprakelijkheid
Aan [bedrijf X] zijn naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting opgelegd tot een bedrag van € 146.104. De aanslagen hebben verschillende dagtekeningen gelegen in de periode van 25 februari 2017 tot en met 5 oktober 2017 en hebben betrekking op tijdvakken gelegen tussen 2015 tot en met augustus 2017. Deze aanslagen zijn onbetaald gebleven.
Op 26 april 2018 heeft verweerder aan eiseres een voornemen tot aansprakelijkstelling gestuurd tezamen met een concept beschikking (inclusief de bijlage waarin de onbetaalde belastingschulden worden opgesomd) en het rapport van
19 maart 2018.
€ 146.104.
34, eerste lid, van de IW en vervolgens of het aannemelijk is dat het niet betalen van deze belastingschulden niet aan eiseres te wijten is (disculpatiemogelijkheid). Daarnaast is de hoogte van de aansprakelijkstelling in geschil.
artikel 34 IW Pro en subsidiair op grond van 35 IW, nog daargelaten dat in het inlenerscontract de termen ‘inlener’ en ‘aannemer’ worden gebruikt.
Omvang aansprakelijkstelling
26 april 2017 aan [bedrijf X] uitstel van betaling heeft verleend tot een bedrag van € 40.220 zonder zekerheidstelling. Bovendien heeft verweerder onnodig lang gewacht met de invordering van de verschuldigde belastingen en de belastingschuld onnodig laten oplopen. Verweerder had eiseres moeten informeren over de betalingsproblemen zodat eiseres maatregelen had kunnen nemen. Volgens eiseres is dat alles grond voor matiging van de aansprakelijkstelling.
Beslissing
mr. W.W. Monteiro, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;