Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
- mevrouw J. [eiseres sub 2] , eiseres sub 2 (digitaal via Skype)
- mevrouw mr. C.M. Sent, advocaat, voornoemd
- de heer mr. M.H.P. Claassen, advocaat, voornoemd.
Rechtbank Gelderland
In deze kortgedingprocedure stond de vraag centraal of er voldoende grond was om te twijfelen aan de onafhankelijkheid van Kinderthuiszorg, de door zorgverzekeraar Univé aangewezen organisatie voor de herbeoordeling van de zorgindicatie van eiseres sub 1. De voorzieningenrechter concludeerde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat Kinderthuiszorg niet onafhankelijk zou zijn, ondanks kritiek op het indicatiebeleid dat door de beroepsvereniging V&VN is gepubliceerd.
De voorzieningenrechter overwoog dat het feit dat Kinderthuiszorg mede aan het beleid heeft meegewerkt en een speciale overeenkomst met zorgverzekeraars zou hebben, onvoldoende was onderbouwd om belangenverstrengeling aan te nemen. Ook het gedeelde vestigingsadres met andere organisaties bood geen objectieve grond voor twijfel aan de onafhankelijkheid.
Wel werd bevestigd dat eiseres sub 2, als bewoner van de woning, vrij is om de verpleegkundigen van Kinderthuiszorg niet toe te laten, wat betekent dat zonder toegang geen herbeoordeling kan plaatsvinden en de huidige indicatie blijft gelden. Daarnaast werd Univé verboden contact te zoeken met de verpleegkundige voorafgaand aan en tijdens de herbeoordeling om diens onafhankelijkheid te waarborgen.
Tot slot bepaalde de voorzieningenrechter dat Univé binnen een week na afronding van de herbeoordeling het aantal zorguren moet vaststellen conform het reglement van Univé en dat het indicatiebesluit voor ten minste een jaar geldt. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Er is onvoldoende grond om aan de onafhankelijkheid van de thuiszorgorganisatie te twijfelen, maar eiseres mag verpleegkundigen weigeren in haar woning.