Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2021:1353

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 januari 2021
Publicatiedatum
22 maart 2021
Zaaknummer
C/05/382847 / KG ZA 21-14
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wet op de lijkbezorgingArt. 18 Wet op de lijkbezorging
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot afscheid nemen van overledene door niet-familieleden

Op 26 januari 2021 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een kort geding waarin eisers, geen familie van de overledene, vorderden om afscheid te mogen nemen van de overledene op een specifieke wijze.

De overledene, zoon van gedaagde, werd op 27 januari 2021 gecremeerd. Eisers waren circa 25 jaar bevriend met de overledene maar hadden het contact recent beperkt. Na het overlijden werd eisers de toegang tot afscheid nemen geweigerd door gedaagde. Na eenmalige toestemming om afscheid te nemen in aanwezigheid van familieleden, werd een verzoek tot een tweede gelegenheid afgewezen.

De rechtbank oordeelde dat er geen rechtsregel bestaat die niet-familieleden aanspraak geeft op een dergelijke gelegenheid. Op grond van de Wet op de lijkbezorging bepalen de ouders hoe afscheid plaatsvindt. Hoewel het verzoek van eisers emotioneel begrijpelijk is, is er geen grond voor een rechterlijke maatregel. De vordering werd afgewezen en eisers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: Vordering tot afscheid nemen van overledene door niet-familieleden wordt afgewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Arnhem
zaaknummer / rolnummer: C/05/382847 / KG ZA 21-14
Vonnis in kort geding van 26 januari 2021
in de zaak van

1.[eiseres sub 1],

2.
[eiser sub 2],
[adres 1],
eisers,
advocaat mr. W.E. van Engelenhoven te Ede Gld,
tegen
[gedaagde],
[adres 2],
gedaagde,
advocaat mr. G.R. Dorhout te Soest.
Eisers zullen hierna gezamenlijk [eisende partij] worden genoemd en ieder afzonderlijk [eiseres sub 1] en [eiser sub 2]. Gedaagde zal hierna [gedaagde] worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 en 2
  • de mondelinge behandeling van 26 januari 2021
  • de ter zitting overgelegde wijziging van eis van [eisende partij]
  • de ter zitting overgelegde productie 1 en 2 van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op [datum overlijden] is [naam 1] (hierna: [naam 1]) overleden. Hij zal op woensdag 27 januari 2021 worden gecremeerd. [naam 1] is de zoon van [gedaagde], gedaagde in dit geding.
2.2.
[eiser sub 2] en [naam 1] zijn gedurende circa 25 jaar bevriend geweest met elkaar. Gedurende die vriendschap heeft [naam 1] circa drie jaar geleden voor een periode van drie weken bij [eisende partij] in huis verbleven. [eiser sub 2] en [naam 1] hebben elkaar de afgelopen anderhalf jaar niet meer gezien en ook het overige contact tussen hen was gedurende die tijd beperkt.
2.3.
[eisende partij] hebben na het overlijden van [naam 1] contact opgenomen met [gedaagde] met de mededeling dat zij graag afscheid van [naam 1] willen komen nemen. [gedaagde] heeft in reactie daarop aan [eisende partij] kenbaar gemaakt dat aan hen die gelegenheid niet zal worden geboden. Op hernieuwde verzoeken van [eisende partij] om toch afscheid te mogen nemen is niet meer gereageerd.
2.4.
Op maandag 25 januari 2021 heeft de advocaat van [eisende partij] contact gezocht met [gedaagde] en aangekondigd dat indien [eisende partij] geen afscheid van [naam 1] mogen nemen, een kort geding zal worden gestart. Om een kort geding te voorkomen, hebben de ouders van [naam 1] aan [eisende partij] toestemming gegeven die avond om 19 uur afscheid te komen nemen. [eisende partij] zijn vervolgens om 19 uur verschenen en tot de ruimte waarin [naam 1] in een inmiddels dichte kist ligt opgebaard toegelaten. In die ruimte waren verder nog de moeder van [naam 1], haar zus en diens schoonzoon aanwezig. [eisende partij] hebben op enig moment gevraagd om even alleen met [naam 1] te mogen zijn, maar dat verzoek is namens de aanwezige tante van [naam 1] afgewezen. [eisende partij] zijn vanwege deze reactie boos weggegaan.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vorderen – na wijziging van eis – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I [gedaagde] te veroordelen om binnen een half uur na het wijzen van dit vonnis mr. W.E. van Engelenhoven (w.vanengelenhoven@vanveen.com) in kennis te stellen van de plaats, het tijdstip en het adres waar [eisende partij] afscheid kunnen nemen van [naam 1];
II [gedaagde] te veroordelen om vanavond om 18:00 tot 19:00 uur, [eisende partij] zonder aanwezigheid van [gedaagde] of anderen, althans enkel in aanwezigheid van een medewerker van de begrafenisondernemer, afscheid te laten nemen van [naam 1];
III [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 20.000,00 aan [eisende partij], voor iedere overtreding van de vorderingen onder I en II;
IV [eisende partij] te machtigen om de hulp van de sterke arm in te schakelen wanneer zij op welke wijze dan ook worden gehinderd in de mogelijkheid om afscheid te nemen;
V [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover voor de beoordeling van dit geschil van belang, worden ingegaan.

4.De beoordeling van het geschil

4.1.
Het spoedeisend belang bij het gevorderde is gegeven. De overledene, [naam 1], wordt morgen gecremeerd. Voor verwezenlijking van de gevorderde maatregel is vandaag de allerlaatste mogelijkheid.
4.2.
Voor [eisende partij] is de mogelijkheid om nog afscheid te kunnen nemen van [naam 1] zoals door hen gewenst een heel emotionele aangelegenheid, zoals ter zitting bleek. Hun gevoelens hierbij verdienen respect, maar dat betekent niet dat hun vordering zonder meer kan worden toegewezen. Dat zou alleen kunnen als er een rechtsregel is waaraan zij jegens de ouders van [naam 1], [gedaagde] c.s., een recht kunnen ontlenen om in de gelegenheid te worden gesteld afscheid van [naam 1] te nemen op de wijze zoals zij dat willen. Er is echter niet een rechtsregel waaraan personen die niet in enige familiebetrekking staan tot de overledene in algemene zin een aanspraak kunnen ontlenen jegens de ouders om in de gelegenheid te worden gesteld afscheid te nemen. Op grond van art. 18 in Pro verbinding met art. 11 van Pro de Wet op de lijkbezorging is het aan de ouders te bepalen hoe de lijkbezorging zal plaatsvinden. Daaronder valt ook dat zij bepalen waar, hoe en op welke wijze afscheid kan worden genomen van de overledene. Daarbij zal de vermoedelijke wens van de overledene in acht moeten worden genomen. Onder omstandigheden zou het in strijd kunnen zijn met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt om derden geen gelegenheid te geven om afscheid te nemen.
4.3.
[gedaagde] c.s. hebben aan [eisende partij] gisteravond vrijwillig gelegenheid geboden om afscheid van [naam 1] te nemen ter vermijding van dit kort geding. [eisende partij] zijn ook in het huis en in de ruimte geweest waarin de inmiddels gesloten kist met [naam 1] staat. De partijen verschillen van mening over hoe dat bezoek is verlopen. Volgens [eisende partij] waren de moeder van de overledene, haar zus en diens schoonzoon daarbij aanwezig en zaten zij met elkaar te praten. [eisende partij] verlangden alleen te zijn met [naam 1], waaraan door de overige aanwezigen niet aanstonds gehoor is gegeven. [eisende partij] zijn toen boos weggelopen. Het is spijtig en triest dat dit bezoek zo is verlopen. [eisende partij] kunnen er in de gegeven omstandigheden echter geen aanspraak op maken opnieuw in de gelegenheid te worden gesteld afscheid van [naam 1] te nemen. [gedaagde] c.s. hebben ter zitting uiteengezet dat zij iedereen die afscheid wilde nemen op dezelfde manier in de gelegenheid hebben gesteld bij de kist aanwezig te zijn in het bijzijn van (één van de) familieleden. Er is geen grond waarom [eisende partij] zonder die aanwezigheid in de gelegenheid zouden moeten worden gesteld. Hoewel hun persoonlijke wens om even alleen te zijn met [naam 1] op zichzelf respect verdient, is er voldoende aan hun belang tegemoet gekomen door hen op dezelfde wijze in de gelegenheid te stellen om afscheid van [naam 1] te nemen als anderen. Dat zij die mogelijkheid niet hebben benut ligt aan henzelf. Van de ouders kan redelijkerwijs niet worden gevergd [eisende partij] nog een keer in de gelegenheid te moeten stellen. Het veel te jonge overlijden van hun zoon is een verdrietige en voor hen als ouders emotionele aangelegenheid. De ouders staan aan de vooravond van de crematie van hun zoon. Zij moeten in rust afscheid kunnen nemen van hun kind. Dat is al op een onverkwikkelijke manier doorkruist door de gebeurtenissen van gisteren. Vandaag hebben zij zich naar de rechtszaal moeten begeven met een advocaat. Niet kan worden gevergd dat daar nu nog meer bijkomt. Bij dit alles is in de overweging betrokken dat [gedaagde] c.s. betwisten, zoals zij ter zitting hebben toegelicht, dat er nog sprake was van vriendschap tussen [naam 1] en [eisende partij] Daarvan uitgaande zal een voortgezet afgedwongen bezoek na een kort geding waarschijnlijk ook niet in overeenstemming zijn met de wens van [naam 1]. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat het anders is.
4.4.
Alles afwegende moet een veroordeling van [gedaagde] c.s. tot medewerking achterwege blijven hoe moeilijk dat voor [eisende partij] ook is. De vordering zal daarom worden afgewezen.
4.5.
[eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op:
  • griffierecht € 309,00
  • salaris advocaat
totaal € 942,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
veroordeelt [eisende partij] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 942,00, waarin begrepen € 633,00 aan salaris advocaat,
5.3.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] op 26 januari 2021.