Eisers zijn eigenaar van een woning waar in 2019 waterschade is ontdekt. De schade is veroorzaakt door een losgeschoten koppeling van een pompinstallatie die door gedaagde sub 4 is gemonteerd. Achmea is de aansprakelijkheidsverzekeraar van gedaagde sub 4 en erkende de aansprakelijkheid. Eisers vorderen inzage in expertiserapporten en correspondentie van de door Achmea ingeschakelde expert, omdat zij deze stukken nodig achten voor hun schadevordering.
Achmea weigerde aanvankelijk het expertiserapport te verstrekken en bood een lagere schadevergoeding aan dan de door eisers geraamde herstelkosten. De rechtbank toetst de vordering op grond van artikel 843a Rv, dat inzage in bepaalde bescheiden mogelijk maakt indien een rechtmatig belang bestaat.
De rechtbank oordeelt dat eisers een rechtmatig belang hebben, omdat de stukken relevant zijn voor hun rechtspositie en het bepalen van de schadevergoeding. De gevraagde stukken zijn voldoende concreet omschreven en betreffen feitelijke vaststellingen van de expert. De vordering wordt toegewezen jegens Achmea, die over de stukken beschikt, maar afgewezen jegens de andere gedaagden die niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij de stukken bezitten.
De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, compenseert de proceskosten en wijst het meer of anders gevorderde af.