Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
mr. [persoon C1] enmr. [persoon C2] .
in aanmerking nemende:
[bedrijf 2] B.V., statutair gevestigd te [plaats 2] , kantoorhoudende te [postcode] [plaats 2] , [adres] , ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel voor [plaats 2] onder dossiernummer [nummer] hierna te noemen:
de vennootschap
60bestaande aandelen, elk groot
€ 2500,-in het kapitaal van [bedrijf 2] B.V..
€ 150.000,-en is geheel conform de bijgevoegde bijlage: de participatie.
€ -50.000,00
op basis van een aandelenverhouding van 33%
Op 14 april 2011 heeft [bedrijf 1] € 378.029 overgemaakt naar [bedrijf 2] B.V. met omschrijving ‘ [eiseres] BV Deelname 33% [bedrijf 2] BV’. Vervolgens heeft [bedrijf 1] op 10 januari 2012 € 98.200 overgemaakt naar [bedrijf 2] B.V. met omschrijving ‘Bijdrage aandeel [naam project] ’. Daarnaast heeft [bedrijf 1] op 5 september 2012 € 175.000 overgemaakt naar [bedrijf 2] B.V. met omschrijving ‘Voorschot [naam project] ’.
9 september 2020 heeft ingediend, haar stellingen en onderbouwingen weergeven. Deze komen kort gezegd op het volgende neer. Primair bedraagt het bedrag aan vorderingen van eiseres in onderhavig jaar € 1.202.404.
[bedrijf 2] B.V. maar hoogstens op [persoon A] in privé, omdat de lening- en optieovereenkomst door [persoon A] zijn gesloten. [persoon A] heeft in totaal € 888.890 betaald voor de uitoefening van het optierecht. Voor het geval sprake is van een vordering op [persoon A] is verweerder van mening dat deze vordering gezien de vermogenspositie van [persoon A] wel volwaardig/invorderbaar is en daarom niet afgewaardeerd kan worden. Mochten de betalingen en de uitoefening van het optierecht wel toe te rekenen zijn aan eiseres, stelt verweerder zich op het subsidiaire standpunt dat geen sprake is van een lening maar van kapitaal. Eiseres kan haar deelneming in [bedrijf 2] B.V. dan niet afwaarderen. Verder is verweerder van mening dat de uitspraak op bezwaar voldoende is gemotiveerd en dat er mitsdien geen sprake is van schending van het motiveringsbeginsel.
Beoordeling van het geschil
mr. J.J.J. Engel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;