ECLI:NL:RBGEL:2021:1410
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning forfaitaire vergoeding voor voorlopige hechtenis op basis van datum vrijheidsbeneming
Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd voor de periode van in verzekeringstelling en voorlopige hechtenis die hij heeft ondergaan van 10 augustus 2019 tot en met 12 december 2019. Hoewel het verzoekschrift na 1 maart 2021 werd ingediend, is de rechtbank van oordeel dat de vergoeding moet worden berekend volgens de vóór 1 maart 2021 geldende richtlijnen, omdat de vrijheidsbeneming in die periode plaatsvond.
De rechtbank overweegt dat het forfaitaire karakter van de vergoeding wordt aangetast als het moment van indiening bepalend zou zijn, omdat dit tot rechtsongelijkheid zou leiden tussen personen die dezelfde periode van vrijheidsbeneming hebben ondergaan maar op verschillende momenten hun verzoek indienen.
De rechtbank kent daarom een vergoeding toe van € 10.075,00, gebaseerd op 3 dagen in verzekeringstelling en 122 dagen voorlopige hechtenis volgens de oude tarieven. Het verzoek tot een hogere vergoeding wordt afgewezen.
De strafzaak tegen verzoeker eindigde met een vrijspraak op 16 december 2020, en het verzoekschrift is tijdig ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak. De beslissing is genomen in een schriftelijke procedure zonder aanwezigheid van verzoeker en zijn advocaat.
De rechtbank beveelt de betaling van het toegekende bedrag uit ’s Rijks kas aan verzoeker via zijn advocaat.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een forfaitaire vergoeding van € 10.075,00 toegekend op basis van de datum van vrijheidsbeneming.