De rechtbank Gelderland heeft op 24 maart 2021 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen meerdere veroordeelden die in 2018 zijn veroordeeld voor medeplegen van verduistering en witwassen van belastinggeld. Het betreft een bedrag van 19,5 miljoen euro dat onterecht door een ambtenaar van de Belastingdienst werd overgemaakt naar rekeningen van rechtspersonen, waarvan een deel is omgezet in goud in Turkije.
De officier van justitie vorderde ontneming van 20 miljoen euro als wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank oordeelde dat slechts een bedrag van ruim €110.000,- daadwerkelijk als voordeel kon worden aangemerkt, omdat niet is gebleken dat de overige veroordeelden financieel hebben geprofiteerd of beschikking hadden over de Turkse rekeningen. De rechtbank verwierp het beroep op het ne bis in idem-beginsel en de stellingen dat de vordering moest worden aangehouden vanwege procedures in Turkije of hoger beroep.
De rechtbank stelde de betalingsverplichting vast op €0,- omdat het bedrag van €110.000,- reeds in beslag was genomen en verbeurd verklaard bij het vonnis van 5 juli 2018. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en benadrukt dat ontneming alleen kan worden opgelegd voor daadwerkelijk genoten voordeel, tenzij sprake is van een gemeenschappelijk voordeel.