ECLI:NL:RBGEL:2021:1616
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking erkenning voor het voorhanden hebben van 8 kg rookzwak buskruit op grond van de Wecg
Eiser, een hobbymatig jager en sportschutter, beschikte over een erkenning op grond van de Wet explosieven voor civiel gebruik (Wecg) voor het voorhanden hebben van 8 kg rookzwak buskruit. Verweerder trok deze erkenning in op grond van artikel 20, onder b, van de Wecg, omdat eiser volgens verweerder het onder zich hebben van een grotere hoeveelheid dan 3 kg niet op een veilige wijze kon toevertrouwen. Verweerder baseerde dit deels op het niet voldoen aan voorschriften omtrent veilige opslag.
De rechtbank oordeelt dat het belang van veilige opslag niet valt onder de belangen die de Wecg beoogt te beschermen. De Wecg richt zich op het voorkomen van illegaal gebruik en het reguleren van explosieven vanuit beveiligingsoogpunt, niet op opslagveiligheid. Daarmee handelde verweerder in strijd met het specialiteitsbeginsel door de erkenning op deze grond in te trekken.
Voorts stelde verweerder dat de intrekking diende ter herstel van een fout omdat de erkenning voor 8 kg zonder opslagvoorschriften onterecht was verleend. De rechtbank oordeelt dat van een fout geen sprake is, omdat de Wecg geen voorschriften stelt omtrent opslagveiligheid.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit tot intrekking. Omdat de erkenning inmiddels is verlopen, komt deze niet meer te herleven. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking van de erkenning voor 8 kg rookzwak buskruit en herroept het primaire besluit.