Verdachte, werkzaam in de gezondheidszorg, heeft tussen 1 januari 2019 en 4 mei 2020 ontucht gepleegd met een cliënt die zich aan zijn zorg had toevertrouwd. Het betrof meermalen het binnendringen van de vagina en/of mond met zijn penis. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer, getuigen, en de bekennende verklaring van verdachte.
De rechtbank hield rekening met de kwetsbaarheid van het slachtoffer, de afhankelijkheidsrelatie en het feit dat verdachte op de hoogte was van het zorgprotocol en waarschuwingen van zijn leidinggevenden. Verdachte handelde ondanks deze kennis en waarschuwingen in strijd met professionele normen. Hoewel verdachte een bekennende houding had, toonde hij gebrek aan openheid over het voortduren van de relatie.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk. De verdediging pleitte voor een taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf gezien de ontslagmaatregel en het verlies van werk in de zorg. De rechtbank legde een taakstraf van 240 uren op, met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden en een proeftijd van drie jaar. Tevens werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht bij reclassering, ambulante behandeling en een verbod om binnen de zorgsector te werken.