Eisers sloten in 2012 een franchiseovereenkomst met IJsvogel voor exploitatie van een Pets Place-winkel met een non-concurrentiebeding. Eisers stelden dat de overeenkomst vernietigbaar is wegens dwaling over omzetprognoses en asbestproblematiek in het winkelcentrum, en dat het non-concurrentiebeding onredelijk is.
De rechtbank constateerde dat fouten in de vestigingsplaatsanalyse en exploitatiebegroting bestonden, maar dat eisers hiervan al in 2013 op de hoogte waren en sindsdien geen beroep op dwaling hebben gedaan. Hierdoor is de verjaringstermijn van drie jaar verstreken en is vernietiging niet mogelijk.
Verder oordeelde de rechtbank dat het non-concurrentiebeding geldig is omdat beschermingswaardige knowhow is overgedragen. Het beroep op schending van de zorgplicht kon niet in kort geding worden behandeld. Het belang van IJsvogel bij handhaving van het beding weegt zwaarder dan het belang van eisers.
De vorderingen tot ontheffing of opschorting van het non-concurrentiebeding werden afgewezen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.