ECLI:NL:RBGEL:2021:2059
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel voorwaardelijke invrijheidstelling wegens onvoldoende delictgevaar
Veroordeelde is onherroepelijk veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf voor meervoudige gekwalificeerde doodslag, met detentie vanaf 2009. De voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) stond gepland op 15 mei 2021, maar het Openbaar Ministerie verzocht om uitstel van 720 dagen vanwege het ontbreken van een risicotaxatie door de weigering van veroordeelde om mee te werken aan aanvullend diagnostisch onderzoek.
Tijdens de zitting van 2 april 2021 werd vastgesteld dat veroordeelde zich binnen detentie voorbeeldig heeft gedragen, maar halsstarrig blijft weigeren over het delict te spreken en mee te werken aan psychologische onderzoeken. De reclassering kon hierdoor geen volledig risicoprofiel opstellen, hoewel het psychologisch onderzoek uit 2019 een disharmonisch intelligentieprofiel en mogelijke ADHD en autisme suggereert.
De rechtbank oordeelt dat het ontbreken van medewerking en het ontbreken van een volledige risicotaxatie niet voldoende zijn om het uitstel van de VI te rechtvaardigen. Er is geen aannemelijk delictgevaar en geen rechtens toelaatbare grond om de invrijheidstelling verder op te schorten. Veroordeelde zal op 15 mei 2021 voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld, met mogelijke voorwaarden zoals elektronische controle en begeleiding.
De rechtbank benadrukt dat niemand verplicht is een delict te bekennen, ook niet na onherroepelijke veroordeling, en dat het weigeren van medewerking niet mag leiden tot verlenging van de detentie zonder overtuigende gronden.
Uitkomst: Het verzoek tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt afgewezen en veroordeelde zal op 15 mei 2021 voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld.