Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het tussenvonnis van 7 oktober 2020
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling van 17 februari 2021.
2.De feiten
1.Aanleiding
Standpunten [naam bestuurder] en gemeente
- Er begrip is voor het feit dat de gemeente de financiële situatie nader wil onderzoeken; […]
- Veel informatie voor handen is;
- [naam bestuurder] en [naam accountant] van mening zijn dat sommige gevraagde zaken niet relevant zijn; […]
- Strikte bedrijfsinformatie niet verstrekt zal worden aan derden;
- Ledenaantallen niet relevant zijn voor het bepalen van de solvabiliteit en continuïteit van de onderneming […]
- Er nog geen businessplan gereed is omdat de inhoud afhangt van hoe de samenwerking vorm gaat krijgen. Ook PFC en ROC hebben inbreng;
- Het vreemd wordt gevonden dat de gegevens moeten worden vertrekt vóór de ondertekening van de intentieovereenkomst.
- het college pas zal besluiten tot ondertekening van de intentieovereenkomst over te gaan als de gevraagde gegeven zijn aangeleverd;
- als uit het onderzoek blijkt dat het sein niet groen wordt, we met elkaar een probleem hebben;
- de gemeente niet tot samenwerking kan overgaan als het risico op stagnatie in de toekomst te groot wordt geacht.
ROC A12, derechtbank] dat de realisering van een gymzaal niet behoort tot de opdracht van de raad. […] De raad zal hier wat van moeten vinden als voor de realisering van de gymzaal medewerking van de gemeente nodig is. [naam bestuurder] werd hier daags na het overleg van 2 juli door COG over op de hoogte gebracht. Daarnaast geeft het MPC rapport aan dat er een derde partij gevonden moet worden voor de exploitatie van de horeca.
vóór 15 november a.s.de ontwerpbegroting en het ontwerpbedrijfsplan 2014 - 2018 van [eiseres] aan de gemeente Rheden over te leggen. Zoals eerder aan u is aangeven houdt de gemeente rekening met de fase waarin het project zich thans bevindt. Dit zal van invloed zijn op de mate van gedetailleerdheid van een financiële doorkijk na realisering van de zwemvoorziening.
3.Het geschil
4.De beoordeling
voorlopigebedrijfsplannen, of zoals ter zitting door de gemeente omschreven “een visie op de toekomst” en dat de gemeente daarbij duidelijk heeft gemaakt dat zij rekening hield met de op dat moment nog aanwezige onzekerheden. Anders dan [eiseres] stelt rechtvaardigen de in 4.7. aangehaalde delen van de brief van 23 mei 2014, waarin met zoveel woorden staat dat na het sluiten van de intentieovereenkomst gezamenlijk de financiële haalbaarheid van de plannen en van de huur en exploitatieovereenkomsten zou worden onderzocht, niet het vertrouwen dat de gemeente niet al eerder inzicht in financiële stabiliteit van haar partners zou verlangen.
1.126,00(2,0 punten × tarief € 563,00)