Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
4.De toegepaste wettelijke bepalingen
5.De beslissing
wijstde vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel
af.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van hennepkwekerij, diefstal van elektriciteit en medeplegen van het in voorraad hebben van valse merkkleding.
Tijdens de terechtzitting op 23 april 2021 werd verdachte vrijgesproken van de hennepkwekerij en diefstal elektriciteit. Wel werd hij veroordeeld voor medeplegen van het in voorraad hebben van namaak merkkleding en kreeg een taakstraf van 160 uur opgelegd, te vervangen door 80 dagen hechtenis.
De officier van justitie vorderde tevens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €76.845,06, verminderd tot €60.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wees deze vordering af omdat verdachte was vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer te Arnhem op 7 mei 2021.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van hennepkwekerij en diefstal elektriciteit, veroordeeld tot taakstraf voor medeplegen namaakmerkkleding, ontnemingsvordering afgewezen.